Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
16 dec 2014
Nog geen vredespact met de Zandmotor
15 dec 2014
Westcoastchallenge 2014
15 dec 2014
Marathon Kampenhout & Spijkenisse, een dubbel die kan tellen
8 dec 2014
30/11/2014 Olne – Spa - Olne
Verslagen in 2014
* December
* 16 dec 2014: Nog geen vredespact met de Zandmotor
* 15 dec 2014: Westcoastchallenge 2014
* 15 dec 2014: Marathon Kampenhout & Spijkenisse, een dubbel die kan tellen
* 8 dec 2014: 30/11/2014 Olne – Spa - Olne
* 6 dec 2014: Ken je die van die hardloper die zei dat hij goed tegen de hitte kon?
* 3 dec 2014: Verslag OSO
* 1 dec 2014: Olne Spa Olne 30-11-14
* 1 dec 2014: 30 november OLNE-SPA-OLNE courier pour le plaisier
* November
* Oktober
* September
* Augustus
* Juli
* Juni
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van December 2014
 
Dit weekend was er de ‘t is voor niks marathon’ in Geldrop, we staan al een tijdje op de wachtlijst voor deze marathon maar de wachtlijst is zo lang dat we voor het zekere kiezen en een mailtje sturen naar de organisatie dat ze ons mogen schrappen. Veel bleef er niet meer over en moesten we maar voor OSO gaan. Een trail met 1882 hoogtemeters en 68,96km. Over de kilometers zijn er velen het niet eens, ik denk wel dat in de bossen veel van die metertjes tilt slaan en heb wel het gevoel dat deze afstand ongeveer zal kloppen. Voor Deborah een groot vraagteken, nog nooit zo ver gelopen en dan maar vier bevoorradingsposten onderweg. De angst is toch wel een beetje van haar gezicht af te lezen maar ik stel haar gerust dat ze het wel zal aankunnen, genieten van de natuur en de rest komt vanzelf.

Om 5u00 uit onze nest lukt vrij goed deze keer, om 06.00 zijn we onderweg naar Froidbermont waar de start is. Onderweg gaat het vlotjes maar net aan de afrit zijn wat omleggingen, zo komen we toch redelijk nipt aan en moeten ons op een half uurtje klaar maken voor de strijd. Gelukkig tikken de seconden in Wallonië wat minder snel en gaan we steeds wat te laat van start. Iets na 8u is het zover, er hangt veel mist, gelukkig geen regen want door de vocht in de lucht gaan we al nat genoeg worden. De temperatuur is wat aan de koude kant, maar 1 graad boven nul gaat ons niet tegenhouden om met bijna 500 deelnemers de uitdaging aan te gaan.

Mijn benen voelen heel goed aan en ik ga als een speer weg, in de eerste afdaling op het asfalt kan ik enorm veel deelnemers inhalen met mijn joggingschoenen. Na 2km zijn er nog maar goed 20 lopers voor mij. Zweten als een otter, mijn vestje gaat uit en dan is het weer wat koud, grrr. Na 12km schiet er mij iets te binnen, verdorie, ik ben iets vergeten…even rondkijken, oeps, ja hoor, ben Deborah vergeten in al mijn haast. Ach, mijn rug begon wat pijn te doen en in snel tempo neem ik een andere beslissing, een toptijd lopen kan een andere keer. Ik wandel een half uurtje en laat heel wat volk passeren, iets verder een paard wat strelen en dan begint het toch wat lang te duren. Na 2km in de omgekeerde richting te lopen zie ik Deborah toch nog aankomen met nog 1 loper achter haar. Ze kijkt verbaasd dat ik daar ben en tegelijk opgelucht. Samen is het toch wat leuker en ik mocht haar echt niet alleen laten met deze uitdaging.

Plots komt er een kalf achter ons gelopen, als het dichterbij komt lijkt het al meer op een hele grote hond, een prachtig beest dat even wou spelen. Sorry man, na even spelen moesten we toch weer verder, een finishlijn wacht op ons. Het loopt lekker en verstandig gaan we bij teveel helling wandelen. De blubber is heerlijk om in te lopen, al zuigt de modder soms bijna de schoenen van uw lijf en vraagt veel energie om vooruit te gaan. Ik wijs er Deborah op dat een mens normaal moet betalen voor een modderbad. We lopen heuvels op en af en zien prachtige vergezichten, spijtig dat de mist zo blijft hangen ook al zorgt ze soms ook voor mooie taferelen. Na 16km de eerste bevoorrading, we vullen ons fietsbidon en eten wat chips. Veel vriendelijke mensen wensen ons nog een goede reis.

Ons tempo zit goed en ik voel nog nergens verzwakking. Ik verplicht Dee om toch wel genoeg te eten, bij kouder weer altijd meer eten is niet alleen goed om geen dip te krijgen maar ook voor een beter herstel na het lopen. Echt heel technische stukken zijn er niet, deze trail is vooral zwaar door de ondergrond en de lengte, voor wie niet kan doseren en als het moest regenen is het nog een ander verhaal. Even komt de zon piepen en klaart de hemel helemaal open, het beetje zon is welkom. Als we een hoek omdraaien is het soms plots 3 graden kouder.

We zijn goed aan de babbel en aan de hartslag te horen weet ik dat Dee ook deze gaat uitlopen. De kilometers gaan snel en de omgeving is steeds mooier. Tweede bevoorrading rond km32, ook hier nemen we snel wat we denken nodig te hebben en proberen niet teveel af te koelen. Aan de 40ste kilometer komt er een klein dipje maar dan zijn we al bijna aan bevoorrading 3 waar ze warme thee hebben. Al een hele tijd zien we voor ons een vrouw lopen die duidelijk denkt aan competitie, telkens we dichter komen probeert ze terug een gat te slaan. Het is duidelijk dat haar voeten al open liggen en dat ze dit niet gaat blijven doen. Na een tiende keer krakt ze en moet ze een gat laten vallen op ons.

De warmte in ons maag doet goed en steeds weer aan hetzelfde ritme gaan we verder. Alé, aan die paal gaan we terug lopen en aan die koe gaan we terug wandelen. Elke keer weer trekken we ons mooi op gang van wandelen naar lopen, ook dat is een kunst na 40km. Enkele kilometers voor de laatste bevoorrading begint het goed te schemeren, we proberen iets langer te lopen bergop om zo lang mogelijk van het licht te profiteren.. ..maar onvermijdelijk valt die nacht als een doos boven ons hoofd en maakt het pikdonker. We hebben maar één lampje mee en dat maakt het nog eens extra moeilijk op de blubberpaden. Gelukkig moeten we zo maar maximum 2 uurtjes lopen. Na de laatste bevoorrading ergens rond km62 volgt een loper ons zonder lampje.

Gelukkig zijn er enkele stukken asfalt nu, dat loopt iets beter. Echt avontuur en we genieten met volle teugen, voor we het weten zien we in verte het sportcomplex opduiken. Nooit zo gelukkig van Olne te zien! We hebben het gehaald in 10u28 en krijgen een super respectvol applaus van supporters en andere lopers, zalig gevoel weeral en Deborah, wat een kanjer, die krijgt tonnen respect weeral. (misschien ligt het aan de coach, hm hm.)

Na afloop krijgen we nog een goede warme maaltijd aangeboden, die gaat binnen als glas water. We hebben weer heel wat te vertellen van deze trail, het was fantastisch, weer een goed gevulde zondag die we niet gauw gaan vergeten. Er zijn mensen die durven klagen dat er asfaltstukken in zaten, man toch, een trail hoeft niet alleen op single tracks zijn en springen om de 5 seconden, een trail hoeft geen obstakelwedstrijd te zijn waar deelnemers uitvallen door breuken.

Spijtig voor die marathon in Geldrop, maar ach, deze was met zijn 10€ ook bijna voor niks !!!

Never give up !

Paul van Hiel
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Om 8 uur in de ochtend sta ik klaar in het start vak voor deze trailrun in de Ardennen over 68 kilometer. Voor het eerst dit najaar met lange broek, handschoenen en muts aan. Erg hangt een dikke laag mist net als vorig jaar. Toen ben ik bij de 3e ravi (verzorgingspost) op 45 km uitgestapt, dat mag dit jaar niet gebeuren. Na dat de speaker zijn verhaaltje heeft gedaan in het Duits ,Frans ,Engels en Nederlands begint de groep van 600 deelnemers opeens te lopen. Ik ga de eerste 30 kilometer heel rustig aan doen. Na 2 km loop ik naast Chris van Beem, vlak voor een bocht zegt Chris: hier lag vorig jaar erg veel water en inderdaad de bocht om krijgen we de eerste modderplassen voor onze voeten. Er zullen nog vele modderstukken volgen waarbij je tot de enkels door de modder loop. Dit jaar heb ik gelukkig trailschoenen aan en stokken mee. Op plekken waar ik vorig jaar onderuit glibberde, zie ik nu andere lopers glijden. Ik heb mij vandaag voorgenomen om over elke 15 km rond de 2 uur te doen. Ravi 1(17 km) bereik ik in 1:56, mooi op schema. Ik vul mijn flesjes bij en drink veel water.

Dan door naar de volgende post op 30 km in Spa. Veel klimmen en dalen over singeltracks, veel plassen waarbij de schoenen en sokken niet droog blijven. Ik merk dat het afdalen veel beter gaat dan vorig jaar, ik kan zelfs lopers inhalen bij het afdalen. Toch iets geleerd tijdens de Zugspitz trail afgelopen zomer. Bij het klimmen merk ik dat ik goed kan doorlopen met gebruik van mijn stokken. Ik bereik de volgende post in SPA na 1:49 (totaal 5 uur 27). Dus weer netjes binnen de 2 uur gebleven. Hier neem ik 3 bakjes rijstvla, energierepen en chips. Ik klets wat met een oudere deelnemer en vertrek na 8 minuten. Ik weet dat om de hoek een loodzware klim begint. Ook deze gaat met behulp van de stokken redelijk. Er volgt een lang pad door het bos, ik kom te lopen met een dame uit Sittard en al kletsend vliegen de kilometers voorbij. Dan de klim die vorig jaar oneindig leek, waarbij ik toen alles uit de kast moest halen. Nu loop ik hem redelijk makkelijk omhoog nog steeds kletsend met deze dame. Dan de lange afdaling waarbij ik diverse mensen inhaal en in een mum van tijd beneden sta. Dit geeft veel vertrouwen. Op een landweggetje staan 4 meiden met een eigen verzorgingspost. Dat is mooi, onverwacht even 2 bekers cola drinken voor extra energie. En weer verder door na Theux. De zon begint zelfs te schijnen ook in mijn hoofd, terwijl hier vorig jaar het licht uit ging.

Op ravi 3 schijnt het zonnetje, het is gezellig druk. Ik neem hier 3 bekers soep, vul mijn bekers bij en eet veel banaan. Ik praat met 2 lopers welke de Tor de Geant (340 km) hebben uitgelopen, erg motiverend om zulke helden te ontmoeten. Na 10 minuten vertrek ik weer in mijn eentje. De komende kilometers heb ik nog niet gelopen maar zijn volgens Francois niet meer zo moeilijk. Maar gaande weg blijkt dit stuk toch erg zwaar te zijn. Met lange klimmen door het bos. Langs Pepinster loop ik over een bos rand beneden hoor ik geschreeuw. Zou dat de verzorgingspost zijn? Ik kijk naar beneden en zie zo’n 40 meter lager een voetbalveld waar een wedstrijd wordt gespeeld. Er volgt een technische afdaling waarbij je soms wel 80 cm naar beneden moet springen. Dan bereik ik Pepinster. Even nieuwe energie gelletjes uit mijn rugzak pakken. Hierdoor raak ik de groep waar ik bij in de buurt liep kwijt. In Pepinster komt gelukkig een andere deelnemer langs die hier de route weet. Dan komen we weer in het bos terecht ,mijn benen zijn niet zo best meer. Ik begin uit te kijken naar ravi 4. Dan staat er een busje met 2 jongens met een tafel met een mosselpannetje op het vuur, ze vragen of ik mossels lust, ik sla dit af maar neem dankbaar de cola aan. Een andere deelnemer neemt wel de mossels. De jongens vertellen dat de echte ravi 4 nog 3 kilometer verder op is. Dus weer verder onder een tunnel door langs een dorp. Ik begin het koud te krijgen en besluit in ieder geval bij ravi 4 een shirt wissel te doen en iets warms te eten. Maar het duurt en duurt voordat we er zijn. Nog een klim en nog een afdaling door het bos en weer een klim, Dan ben ik er eindelijk na iets meer dan 2 uur. Even de tijd nemen, veel chips en noten eten, 3 bakjes soep, en 3 bekers water. Een schoon Craft shirt lange mouwen uit mijn tas vissen en even omkleden. Sjaak een Nederlandse deelnemer komt ook op deze post aan maar vertrekt eerder dan mij. Volgens de mensen van de post is het nog 6 kilometer. Als mijn horloge op 8 uur vanaf de start aangeef vertrek ik.

Ik begin te rekenen, mijn benen zijn niet sterk meer dus als ik 3 km per uur wandel finish ik binnen de 10 uur. Dan toch maar kijken of ik nog kan hobbelen. Naar beneden toe gaat dat nog , naar boven moet ik echt aanzetten om redelijk te blijven doorstappen. Weer 500 meter afgelegd bedenk ik steeds. Dan nog door een weiland, de schemer begint in te vallen. Ik heb mijn hoofdlamp inmiddels op maar deze hoeft nog niet aan. Dan een klim omhoog hier staan een man en een vrouw ik vraag in het Engels hoe ver het nog is. Hij antwoordt in het Nederlands nog 300 meter omhoog dan zie je rechts de lampen van de finish. Ik krijg een boost, zou het echt zo zijn, ik ben vanaf ravi 4 nog geen 40 minuten onderweg. Boven zie ik de lampen en ze zijn heel dichtbij. Ik pak mijn telefoon om Corinda te bellen dat ik er bijna ben. Daarna schreeuw ik het uit van geluk, dit jaar haal ik de finish. Super, onbeschrijfelijk. In 8:39 loop ik over de finish.

Een warme douche volgt, wat heerlijk, daarna aan tafel met de andere Nederlanders. De stamppot met worst smaakt heerlijk met 2 frisse pilsjes erbij. Allemaal zijn we erg tevreden met deze mooie trailrun.

Kortom: zelfs hardlopen in de bergen valt te leren, als je maar de juist schoenen en stokken mee neemt.


Groet Matthieu Magielsen
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
VERSLAGEN van November 2014
 
Ik zou eigenlijk al beginnen met het schrijven van dit verslag in Qatar zelf. Maar het leven was er te goed om er ook maar een moment van te moeten missen. Vandaar deze kleine vertraging. Dit omvangrijke verslag zal ik opdelen in verschillende parten. Het is eigenlijk te veel om allemaal op papier te zetten eerlijk gezegd. Allereest iets over dit land van rare zeden, normen en waarden. Dan over het verblijf en de race. Tot slot nog een lofzang voor een atleet.

Het was een snoepreis, maar wel een met een belangrijke opdracht. Ik wilde uiteraard niet door het ijs zakken, temeer omdat drie vrienden speciaal naar het Midden-Oosten waren gekomen om de race te volgen en te supporteren. In mijn ogen was dat eigenlijk al de hoofdprijs; Monique, Bart en Chris uit Leiden speciaal voor mij in Doha. Daarnaast Lennart, de coach, en medestrijder Jeroen. Onbetaalbaar. Ik wilde niets minder dan mijn allerbeste race lopen.

Stad in de oliestaat

De eerste gedachte bij een geschikte locatie voor een WK 100 kilometer rennen, gaat bepaald niet uit naar een oliestaat in de woestijn. Maar de wereld is nu eenmaal gek geworden, en vanuit dat oogpunt is Doha niet eens zo vreemd. Organiseren kunnen ze voor geen meter, maar ze hebben geld, heel veel geld. Bij de openingsceremonie werden de toehoorders nog eens verteld wat ze daar allemaal aan sportevenementen hebben binnengehaald voor de komende jaren. Het is inderdaad indrukwekkend: wereldkampioenschappen atletiek, turnen, wielrennen en voetbal staan voor de komende jaren op de agenda. De honger van de oliesjeiks lijkt echter nog niet gestild, en we moeten ons niet verbazen als ze nog meer evenementen gaan organiseren. De bestuurders van de grote internationale sportbonden, zoals de FIFA, hebben echter allemaal de kapitale fout begaan om mee te doen in dit circus waar het allemaal om een ding draait, namelijk geld. Nee, men heeft in Qatar, in tegenstelling tot wat de heren en dames van de organiserende comités beweren, helemaal niets met sport. Het is louter prestige.

Momenteel worden er stadions en andere accommodaties uit de grond gestampt die ons voorstellingsvermogen ver te buiten gaan. De voetbalvelden op de Aspire Academy liggen er beter bij dan de velden waar Ajax op traint, terwijl het overdag 30 tot 40 graden is. In Qatar maakt dat financieel gezien niets uit. Maar denk aan Brazilië, Zuid-Afrika en Rusland, waar de bevolking een hele hoge prijs heeft betaald voor deze projecten van de elite. De accommodaties blijven dikwijls onbenut na zo’n kampioenschap. Zonde van het geld, zeker in die landen waar de noden nog zo groot zijn. Het is een trend om de grote sportevenementen toe te wijzen aan landen die zich dat financieel eigenlijk helemaal niet kunnen veroorloven. Maar nogmaals: in Qatar maakt dat niet uit. Wat echter wel heel erg kwalijk is in het geval van deze achterlijke staat, is het feit dat de accommodaties worden gebouwd door migranten die een behandeling krijgen die nauwelijks te onderscheiden is van een bestaan als slaaf. Denk daarbij aan de arbeidsvoorwaarden, de werktijden, omstandigheden en de talloze doden die jaarlijks vallen. Want veiligheid telt niet, net als een mensenleven van een arbeidsimmigrant. De geschiedenisboeken zullen niet mals zijn, dat kan ik verzekeren. Boeven als Blatter zullen het allemaal niet meer meemaken. Jammer dat bijvoorbeeld voetballers zelf zo weinig aan de bel trekken over dit soort toestanden. Onverschilligheid is kennelijk hipper.

Voor de IAU (International Association of Ultrarunners) is dit misschien een beetje een ander verhaal. Verschillende kampioenschappen zijn de afgelopen jaren door financieel-technische redenen uit de agenda geschrapt, tot het zelfs een beetje gênant werd. Men, en dat is inclusief de atleten, was al lang blij dat er een land bereid was de organisatie te regelen. ‘Dus je gaat naar een schurkenstaat om te lopen?’, is wat je dan soms hoort. Ja, ik besef heel goed dat Qatar een schurkenstaat is waar beschaving ver te zoeken is. Maar waarom zou ik als atleet daar een boodschap aan moeten hebben? Toch zijn er altijd mensen die roepen dat atleten dit soort evenementen moeten boycotten. Dat geluid was er ook voor de Olympische Spelen in China en Rusland. Maar waarom zouden atleten moeten bloeden voor de dwaasheid van bestuurders? Je schiet er bovendien niets mee op.

En dus genoten wij met volle teugen van de geweldige accommodaties die Aspire ons te bieden had. Laat ik nu niet gaan zeuren over het feit dat de ontvangst op de luchthaven helemaal mislukte, waardoor ik naar een plaats werd gebracht waar ik nog niet mocht zijn, en ik noodgedwongen – echt heel vervelend – een aantal uren in de luxe suite van The Grand Heritage Hotel moest doorbrengen. Ik was het allemaal snel vergeten. De blik van de toen nog regerend wereldkampioen in de hal van het hotel zal ik echter nooit vergeten. Het duurde lang, heel lang, voordat er kon worden ingecheckt door de teams. En het was laat; het was midden in de nacht. Het was in de orde van grootte van uren, maar niemand had haast achter de desk. En dat is best vervelend als je na een lange vlucht wilt gaan slapen. Een wereldkampioen laat je niet zo lang wachten…In Qatar hebben ze gewoon niets met sport of organiseren. Een grote bek bleek helaas nodig om het een en ander gedaan te krijgen. Ik kreeg nergens de indruk dat het hotelpersoneel enige verantwoordelijkheid had of durfde te nemen. In de meeste gevallen hadden ze maar een taak, waar niet van afgeweken kon worden. Wie zet die ongevraagde muziek op de badkamer midden in de nacht eens uit? (Van die muziek die ze in de jaren tachtig onder pornofilmpjes monteerden.) Ik moest een tweede keer naar beneden keer om het aan de desk te vragen, en pas toen ik minder vriendelijk werd, ging er iemand lopen.

Het hotel bood desalniettemin alles wat je nodig hebt om tot rust te komen. Een heerlijke kamer, een nog betere badkamer en faciliteiten als een zwembad, bubbelbad en sauna. Ik maakte er naar hartenlust gebruik van. Coach Lennart en medestrijder Jeroen verbaasden zich over mijn langdurige aanwezigheid in de weelderige badkamer. Maar goed, een beetje gay is oké. De buffetten waren driemaal daags een waar genot. Salades, broodjes, vleesgerechten, pasta’s en talloze andere garnituurtjes waren er in overvloed, net als de desserts. Met snoepreisje bedoelde ik dus ook echt een snoepreisje. We schransden wat af. Maar daar stond het ook voor. Tijdens de dis hadden we bovendien aardigheid van de andere atleten. Het enige jammere was dat er in dit land van overvloed geen alcohol werd geschonken in het hotel. Een wijntje kan immers geen kwaad.

En we zagen de voorbeelden van wat welvaart met mensen doet. En niet alleen maar in de eetzaal. Dan heb ik het uiteraard over de professionals van de meeste verziekte tak van sport: voetbal. Er waren verschillende teams aanwezig. En aankomende winter traint Schalke 04 er. Verwend, verwaand, arrogant, macho, en alles wat in mijn ogen verkeerd kan gaan met een mens zat verpakt in deze jochies. We verbaasden ons over hun attitude ten aanzien van het (vrouwelijke) personeel. Ik stond een aantal keer naast zo’n blaagje in de lift. Laat ik zeggen dat de manier waarop deze recalcitrante types uit hun ogen keken me niet is bevallen. De lachwekkende campagne van de FIFA over respect heeft een averechts effect gehad. Voetballers lijken het met name te hebben geïnterpreteerd als respect voor hen. Stel je toch eens voor dat de wereld bestond uit typjes als Jetro Willems en Memphis Depay (excuses, we mogen alleen eerbiedig Memphis zeggen)…Welnu, daar hadden we er in het hotel dus tal van rondlopen. Wat ben ik dan blij deel uit te mogen maken van een peloton atleten met oog en interesse voor de mede-atleet. Warme persoonlijkheden als Daniel Oralek, om maar een voorbeeld te noemen.

De organisatie had naast de voortreffelijke accommodatie een aantal leuke activiteiten op het complex verzorgd. Naast de openingsceremonie bezochten we de technische meeting en uiteraard ook de slotceremonie. Het was allemaal geweldig leuk om mee te maken tussen alle sauna- en zwembadbezoekjes door. Ik heb, samen met alle andere atleten, genoten van de weelde en alles wat de organisatie ons te bieden had. Daarnaast was er de warmte en gezelligheid die veel andere teams uitstraalden – een voorbeeld van hoe het ook in veel andere sporten zou kunnen. Nederlanders en Belgen zochten elkaar uiteraard op, maar ik heb ook gesproken met de overenthousiaste Amerikaanse coach, de Italiaanse begeleiders en vele anderen die in het hotel of op het Aspire complex waren. Veel delegaties waren zo’n vijf dagen aanwezig, en die gingen uiteraard niet alleen in de hotelkamer zitten.

De voorbereiding

Het wereldkampioenschap kwam als een kers op de taart na een lang en soms moeizaam seizoen. Maar ik had nu eenmaal de limiet gelopen in 2013 en wilde deze kans niet laten schieten. In september had ik aardig gelopen in Winschoten, ook niet meer dan dat, maar ik zag het nog wel zitten om me nog een keer op te laden voor een monsterlijke 100 kilometer. De weken in aanloop naar Doha trainde ik weer behoorlijk veel. De duurlopen kwamen weer op het programma, minimaal twee per week, naast de uitloopsessies en snelheidstrainingen. Deze snelheidstrainingen zal ik blijven doen omdat ik ook op de 10 kilometer nog een keer een tijd van rond de 33 minuten wil lopen. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten; in dit geval kan ultralopen prima naast kortere wedstrijdjes. Na Winschoten was er korte periode van rust geweest, maar na twee weken begon de molen weer te draaien. Geen blessures oplopen was een van de belangrijkste doelen. Daarom werkte ik na veel trainingen nog een korte sessie af op de spinningfiets. Ik voel me goed bij het losdraaien van de spieren na een lange duurloop voordat ik een douche neem. Het waren de laatste maanden vooral wat problemen met de rechterlies geweest die me beangstigden. De laatste twee duurlopen gaven me echter het gevoel dat ik zeer goed in vorm was. De periode van pakweg tien dagen voor de wedstrijd voelde zoals altijd weer gek aan; ik had het gevoel te moeten trainen, maar er moest gerust worden.

Er valt nog onvoorstelbaar veel winst te pakken bij het voorbereiden van dit soort wedstrijden. Minder drinken en op tijd naar bed zijn er slechts twee. Dat gaat nog wel een keer gebeuren als ik klaar ben met studeren, hoewel ik de laatste weken voor de wedstrijd aandelen Coca Cola heb aangeschaft. Maar nu pak ik nog even het beste van twee werelden. De ambities die ik stel worden door sommigen afgedaan als laf, maar ik zie het meer als zelfkennis en inzicht in de eigen beperkingen; ik ben geen superman, maar gewoon mens. Dat ‘mens-zijn’ is al een sport op zich, maar ik kan het iedereen aanraden. Gewoon zijn wie je bent, en af en toe toegeven aan je eigen verlangens en hersenspinsels maken het leven een stuk aangenamer. Ik ben altijd benieuwd naar de verhalen van andere atleten die hun hele leven hebben ingericht op het nastreven van onvolprezen ambities. Want wat als het dan uiteindelijk niet lukt? Dan heb je toch ook wat gemist? Hoeveel afspraakjes, vrienden en potentieel leuke avonden heb je dan niet aan de kant geschoven tijdens het najagen van heilige doelstellingen? Het grappige, maar misschien is dat het eigenlijk ook helemaal niet grappig, is dat op het moment dat je dat soort figuren vraagt naar hun ‘mens-zijn’, je wordt getrakteerd op een blik van onbegrip. ‘Wat bedoel je?’ Naast werk, gezin en de heilige streeftijd en ambities lijkt er dan sprake van een leegte op een of andere manier. Meestal eindigt zo’n gesprek met de conclusie dat we langs elkaar heen aan het praten zijn.

Het is misschien ook wel moeilijk uit te leggen. Maar ik moet zeggen dat ik bijna elke dag in de trein stap met in het achterhoofd dat het ook zo mooi is om toe te geven aan dat ‘mensdom’. Niet altijd verstandig doen, maar gewoon leven. ‘Het was laat en ik was moe van de voorstelling toen ik vannacht naar mijn hotel liep. Ik kwam langs een café en ik keek naar binnen…het was er gezellig…’, aldus Youp van ’t Hek tijdens een conference, ‘…en ik dacht: ‘’Youp, wees verstandig: ga naar binnen!’’’ Die houding dus. Werken, studeren, sporten, maar vooral ook lachen, naïef zijn, keihard meezingen onder de douche, twee keer tegen dezelfde steen stoten, hopeloos verliefd worden, te laat naar huis gaan, je opwinden over dingen waarvan je weet dat ze niet veranderen (maar toch opwinden), praten met vreemden op straat of in de kroeg, flirten met dames op leeftijd, de televisie aanzetten om alleen te kijken naar de charmant-nonchalante blik van Jeroen Pauw…

Het maakt het leven tot een prachtige achtbaanrit. Tegelijkertijd ben ik me bewust van het geluk dat ik een sterk mens ben. Het is een voorrecht om naast dat nastreven van dat ‘mens-zijn’ ook nog namens je land te mogen acteren op een wereldkampioenschap. Maar laat ik dan ook duidelijk zijn richting diegenen die denken dat het allemaal een eitje is: er is ook bergen werk voor verzet. Bloed, zweet en tranen. Maar het was de moeite waard. De wens om buitengewoon te leven is groot. Sinds een paar jaar heb ik er de mogelijkheid ook voor (niet in de laatste plaats dankzij mijn helaas overleden oom Rinus) en daarom probeer ik iedere dag met enige hartstocht te leven. Al was het maar als een soort protest richting de wijze waarop mijn psychisch zieke ouders al hun hele leven in de schaduw doorbrengen. Sommigen zullen me er om veroordelen, maar ik doe er helemaal niet kwaad mee. Mijn broer Pieter en ik hebben het voorbeeld gekregen van hoe het in ieder geval niet moet. Ik leef er naar hartenlust op los en doe waar ik zin in heb; misschien een drift om terug te halen wat me tijdens mijn jeugd is onthouden door allerhande omstandigheden. Een wereldkampioenschap in het oranje stond op mijn bucket list – ieder sportend jochie wil dat – en ik heb het maar mooi mee kunnen maken. Dat pakken ze me in ieder geval nooit meer af. En ja, dan trek ik een lange neus naar alle sceptici.

Nederland in Qatar

Het was echter niet alleen een snoepreisje, maar dus ook een droom om Nederland te vertegenwoordigen op een wereldkampioenschap. Jeroen, de andere atleet uit Nederland, had dezelfde opvatting en zijn seizoen verlengd. We waren helaas dus maar met twee atleten aanwezig, wat een teamklassering bij voorbaat onmogelijk maakt. Daar zijn er immers drie voor nodig. Dat stelt me eerlijk gezegd wel een beetje teleur. Ik weet zelf ook wel dat ik geen topatleet ben, maar als ik gevraagd word, ga ik gewoon. De eer is veel te groot. Wat sommige atleten lijken te vergeten, is dat de halve wereld als klein jochie of meisje droomt ooit een land te mogen vertegenwoordigen op een WK. Ik vind het eerlijk gezegd dan ook onbegrijpelijk dat veel gekwalificeerde atleten deze kans hebben laten schieten. Want waren wij dan echt als enigen in staat om een tijd neer te zetten? Of was het ijdelheid? De angst om geen persoonlijk record te kunnen lopen in de hitte van het Midden-Oosten? Het riekt in ieder geval naar individualisme. Ik moet het respecteren, maar begrijpen zal ik het nooit doen. Het is allemaal zo anders in landen als de VS, Groot-Brittannië en Italië waar atleten staan te springen om mee te mogen gaan.

Een tweede kritische noot zou ik graag willen maken over de Nederlandse Atletiekunie. Ultralopen lijkt wel niet te mogen bestaan als wedstrijdsport in Nederland. Het is prijzenswaardig dat er een zogenaamd ultraplatform is, dat wordt gerund door een aantal vrijwilligers. Organisatorisch gaat het daardoor allemaal aardig voor de wind met Nederland. Er zit een vertegenwoordiger in het hoogste bestuurlijke orgaan van de IAU en we hebben een WK 24 uur pas achter de rug. Daarnaast is Winschoten volgend jaar, na 2011, wederom gastheer van het WK 100 kilometer. Maar dat is allemaal te danken aan de inzet van een paar enthousiastelingen, en zeker niet dankzij de Atletiekunie. Enige tijd terug trachtte men het NK 24 uur al de nek om te draaien door het officiële kampioenschap af te schaffen. Er moesten minder kampioenschappen gaan plaatsvinden, aldus de Unie, die zonder fatsoenlijke communicatie had besloten vanaf 2013 geen officieel NK 24 uur te willen organiseren. Maar dat is misschien wel oud zeer.

Geld is sowieso niet beschikbaar. We hebben de vliegtickets dus zelf betaald, maar dat vind ik eigenlijk helemaal niet erg. Lennart, de coach, heeft eveneens zijn eigen ticket betaald en ging dus uit pure liefhebberij mee. Zaten er in de bestuurskamer van de bond nog maar eens liefhebbers – en dan heb ik het lang niet alleen over de Atletiekunie, maar bijna alle sportenbonden in Nederland. Ik krijg als atleet, en ik denk velen met mij, op geen enkele wijze de indruk dat er enige waardering of ondersteuning is vanuit de bond, waar ik uiteraard ook elk jaar netjes geld aan doneer. Het feit dat onze coach naar Papendal moest om de kleding op te halen, omdat men het gewoon niet wil opsturen, is in mijn ogen nog een overkomelijk pesterijtje. Wat wel een kwalijke zaak is, is dat we met de Nederlandse delegatie als quasi-landlopers over het complex liepen. Setjes oude kleding kregen we. Naast de functionele loopkleding slechts een vale en veel te grote polo, waar ik het vier dagen mee moest doen. Een trainingsbroek waar nog kauwgom in zat van de vorige drager. De setjes waren uiteraard netjes geteld, want de oude vieze meuk moest ook weer worden ingeleverd op Papendal. Waar ben je als bond mee bezig dat je atleten zo in de kleding steekt tijdens een groot toernooi?

Dan kijk ik toch met enige jaloezie naar echte sportlanden zoals Italië, Spanje, de VS, België en Japan, waar nog wel waarde wordt gehecht aan het verzorgen van een mooie delegatie. Je bent toch als land vertegenwoordigd? Waar er wel geld is voor talloze reisjes van bobo’s – de organisatie van het Europees Kampioenschap Atletiek 2016 moest immers naar Amsterdam worden gehaald – is een fatsoenlijke polo in Nederland teveel gevraagd. Het is tenenkrommend. ‘Nederland topsportland’ – in mijn ogen een goedkoop cliché van opvreters die met hun bestuurlijke kop op televisie willen komen.

Ondanks dit vormden we een geweldig team. Het was me een waar genoegen om met deze heren op stap te zijn. Naast de race was het ook heel erg gezellig; en laten we niet vergeten dat ook dat aspect heel belangrijk is. Ik voelde me perfect op mijn gemak. Lennart Berkman nam de rol van coach op zich. Hij nam ons niet alleen maar zorgen over de voorbereidingen en ander regelwerk uit handen. Hij was er vooral als mens, met begrip voor de situatie. Gedurende een race wil ik nog wel eens negatief worden – het gekke is dat me dat overigens niet weerhoud om door te rammen – en Lennart was er gelukkig om aan te geven dat ik het goed deed gezien de omstandigheden. Met kennis van voeding en schema’s hield hij het overzicht. Met Jeroen was er zelfs gedurende de race veel contact op de lange snelweg met keerpunt. Want ja, ultralopers praten gewoon met elkaar onderweg. Het mooie van zo’n klein rondje was dan ook dat iedereen de wedstrijd goed kon volgen. Ik kan ervan genieten om voorbij te worden gelopen door types als King, Oralek, Decock en Giorgio.

Naast het loopteam was er een team van drie supporters speciaal uit Nederland gevlogen om aanwezig te zijn bij dit memorabele kampioenschap. Je kunt niet anders zeggen dan dat je een ongelofelijk bevoorrecht mens bent als vrienden helemaal naar het Midden-Oosten komen om je aan te moedigen. Hun aanwezigheid was me zeer dierbaar. Ze waren er niet alleen rond de race om wat praktische zaken op zich te nemen, maar ook als mentale steun. ‘Hoe je het ook gaat doen, we vinden het nu al top’, neemt ook enige zenuwen weg in de zin dat ze er ook begrip voor hebben als het misgaat. En dat is nu juist het besef dat je moet hebben als ultraloper: ontzag voor de afstand, en altijd in het achterhoofd houden dat niet zo heel veel races daadwerkelijk gaan zoals je had gehoopt. Een 100 kilometer laat zich niet temmen; ik zie er altijd huizenhoog tegenop. Hoe kun je nou luchtig omspringen terwijl je weet dat het lichaam helemaal stuk gaat tijdens zo’n brute inspanning? Dan is het fijn als je supporters daar begrip voor hebben.

We hebben er een heerlijke tijd gehad samen. Tijdens de race steun en toeverlaat, ook op de momenten dat ik het even niet zag zitten. Ik wil tijdens zo’n race nog wel eens opgefokt raken over de omstandigheden; in dit geval de bochten en de lange stukken met klinkers. ‘Kutparcours, kutbochten, m’n poten gaan stuk! Ik heb staan kotsen, ten hemel schreiend!’ Ze hebben m’n klaagzang tijdens het middenstuk aan moeten horen, maar maakten er nooit een punt van. Ze wisten natuurlijk ook dat ik elk moment van de race genoot van het feit dat we als team aanwezig konden zijn bij zo’n fantastisch evenement. Mijn dank was groot. De drankjes in de Skybar van La Cigale Hotel waren een groot genoegen en het uitzicht op de prachtige skyline van Doha deden ons er nog maar eens aan herinneren dat het leven soms best goed is.

De dag van de race

Wat doe je na een paar dagen van ceremonies, plichtplegingen, uitrusten, zwemmen, eten en parcoursverkenning dan op de dag van de wedstrijd zelf? De start was namelijk pas om zes uur in de avond. Heel weinig eigenlijk. Maar een hele dag op de sofa liggen was ook geen optie. Ik had afgesproken om thee te drinken in de Torch met Monique, Bart en Chris. De Torch is overigens een reusachtig gebouw met daarin een luxe hotel. Een groot deel van de lopers was daar ondergebracht. Zo maakten we ook nog even kennis met wat Belgen en andere betrokkenen bij de race. En ik kreeg de tip peper en gember in te brengen als legale doping. Wel inbrengen op de goede plaats, maar waar dat precies is?! Verder deden we nog wat boodschappen voor de race en wandelden we wat rond. Daarnaast vooral rusten, platen met voedsel naar binnen schuiven en lieve berichtjes beantwoorden. Op de bank muziek luisteren en berichten sturen naar allerhande vrienden om de tijd te vullen en de zenuwen een beetje weg te nemen. Al die betrokkenheid was ongelofelijk leuk. Het zette wel druk op de ketel. De avond voor de race had ik die druk ook gevoeld toen Lennart de schema’s naar de verschillende eindtijden met me doornam. Ik kreeg het Spaans benauwd toen we de kilometertijden vaststelden. Vreemd eigenlijk, want ik wist al lang hoe ik wilde lopen.

Een vlakke race moest het worden. Het eerste deel, dat wil zeggen die eerste makkelijke 50 kilometer, rustig blijven zitten in de comfortabele zone. Snelheid, en ik ben relatief snel voor een ultraloper, is dikwijls een gevaar. Het stelt je namelijk in staat ook om relatief eenvoudig naar 3.45 uur te snellen op de 50 kilometer. In zo’n scenario denk je tijdwinst te pakken tijdens het eerste deel van de race. Maar ik kan verklappen dat het asfalt dan onverbiddelijk is. De poten lopen dan in mum van tijd vast en zie dan nog maar eens te finishen binnen de acht uur. Rustig blijven betekende in dit geval dus niet harder dan ergens tussen de 3.54 uur en 3.58 uur op de vijftig kilometer. In het draaiboek van de vlakke race zou ik dan uitkomen op een tijd van ongeveer 7.50 uur à 7.55 uur. Met wellicht een snelle laatste tien kilometer nog een minuutje sneller dan dat. Ik was dus vertrokken met een schema dat zou kunnen leiden naar een persoonlijk record. Geen lafheid dus, wat me een week eerder door een onsympathieke ultraloper min of meer werd aangepraat. Overambitieuze doelen leiden tijdens dit soort races bijna onherroepelijk naar een DNF-je, en dat zou ik mezelf echt nooit vergeven. In Doha moest de finish worden gehaald, dat was plan b. Ik had Lennart van tevoren gevraagd me het parcours op te schoppen als ik zou spelen met de gedachten om uit te stappen.

Onder toeziend ook van de coach en de supporters stonden we, Jeroen en ik, in opperbeste stemming, even voor zes uur in de avond, in nabijheid van de prachtig verlichte Torch te wachten op de start. Maar niet voordat ik nog even op een kameel had gezeten, want is besefte heel goed dat het naast de race ook zaak was om te denken aan alles wat we hier aan het meemaken waren. Een heel bijzondere sfeer en gebeurtenis; in het veld van de allerbesten ter wereld wachten op de start. Dan ben je nederig en bescheiden en let je vooral goed op dat je de toppers niet voor hun voeten loopt. Dat was soms even opletten gezien het parcours van slechts vijf kilometer. Er zaten verschillende bochten van 180 graden in, en dan moet je vaart maken als er iemand achter je zit. Daarnaast waren de lange stukken klinkers een lastigheidje, dat hadden we al tijdens de verkenning vastgesteld. Harm Sengers had een paar weken eerder op dit parcours gelopen om de strijd voor de wereldbeker 50 kilometer, en was tot de conclusie gekomen dat het klote was. Een gewaarschuwd persoon telt voor twee. Een andere potentiele beer op de weg was de hoge luchtvochtigheid, en wellicht ook de temperatuur. De combinatie van alles, denk ik, zou me uiteindelijk ook de kop kosten.

De race

En nu weer terug naar de tegenwoordige tijd om de race vanuit mijn ogen te beschrijven (stilistisch beschouwd leest dat beter, hoewel een aankondiging wellicht wat overdreven klinkt).

Om 18.00 klinkt het startschot en schiet er een peloton atleten uit ongeveer 40 landen het parcours op. Snel vormen zich groepjes, maar ik besluit helemaal mijn eigen race te lopen. De omstandigheden zijn zwaar en een vlakke race is gewenst. Geen gekke dingen tot 50 à 60 kilometer. De eerste 20 kilometer verlopen eigenlijk vlekkeloos. Ik krijg alle voedsel en drank volgens plan aangereikt en pak her en der extra water aan op de verzorgingsposten die door de organisatie zijn ingericht. Ik merk wel meteen dat vocht een belangrijke rol kan gaan spelen tijdens de race. Desalniettemin loop ik vlakke rondjes van ongeveer 23.30 minuten op de vijf kilometer. Ze lopen langzaam op naar 24 minuten, maar dat is deels te wijten aan een paar plaspauzes. Normaal gesproken doe ik dat gewoon langs de kant van de weg, bij voorkeur over de rok van de vrouw van de burgemeester, maar de organisatie heeft benadrukt dat we dat, gezien de zeden van het land, moeten doen in de hokjes.

Na ruimt twintig kilometer zie ik de koplopers tegemoet komen op de lange snelweg, waar een lichte stijging op de heenweg, en na het keerpunt een lichte afdaling is. Ik besef dat er heel hard is gestart door dezen en genen en dat de groep van ruim tien man wel uit elkaar zal gaan slaan. Er vallen bij dit soort groepen, waar het tempo door een of twee atleten wordt bepaald altijd slachtoffers. Vlak voor de doorkomst na 25 kilometer komt de eerste voorbij snellen. Het is een Oekraïner geloof ik. Daarna volgt een Japanner, en even later de groep met onder andere King en Calcaterra. Er wordt gelopen om de wereldtitel en dan kan een gokje op een goede dag de moeite waard zijn. De Belgen, die normaal gesproken zeer goed presteren, hebben gekozen voor een behoudende aanpak en zijn niet meegegaan in dit geweld. Verstandig. Jeroen Renes loopt op zijn eigen tempo iets voor me, en steeds zwaaien we even naar elkaar op de snelweg.

Na 30 kilometer geef ik mijn bril af aan Chris. Het is het eerste moment dat ik even pak om te stoppen en even rustig te drinken en te overleggen. Ik ben bang dat ze, de begeleiders, de bril zien als een veeg teken; het is een teken van lichte concentratieproblemen. Het zijn de eerste haarscheurtjes in een race die nog perfect verloopt. De vastberadenheid is nochtans in zeer grote mate in de kop aanwezig. Ik reken alvast richting de 50 kilometer en concludeer dat het perfect volgens schema loopt. Af en toe loop ik door de straat met airconditioning – een bizarre rij van blazers – om het hoofd koel te houden. Ik stoor me aan de afwezigheid van sponsen en het feit dat ik steeds mijn rechterpoot verkeerd laat landen op de klinkers. Het knaagt aan de kuiten.

Na 40 kilometer stop ik weer even en kondig ik alvast een schoenenwissel voor kilometerpunt 70 aan, want de poten zijn stuk aan het gaan op de klinkers. Ik drink en eet zo goed als ik kan. Ik eet naast gel wat zoutjes en snoepjes en wissel cola af met veel water en sportdrank. Ik beklaag me over het parcours bij mijn begeleiders, omdat dat enigszins oplucht. Ik blijf drinken, maar ik word misselijk. En daar was ik eigenlijk al bang voor. De omstandigheden zijn slopend; de sluipmoordenaar genaamd atmosfeer begint langzaam slachtoffers te maken. Daniel Oralek en de Polen beginnen reeds te zwalken. Letterlijk soms. Ik blijf voorlopig heel en voel me nog redelijk fris na het marathonpunt. De begeleiders zijn geweldig en blijven aanmoedigen; dat motiveert om alles uit deze wedstrijd te halen. Maar ik blijf ook genieten van alles om me heen. Aan de kop van de wedstrijd vindt een enerverend brute slag plaats waar veel slachtoffers bij vallen. Ik hou van deze sport!

50 kilometer in de benen, de klok op 3.59 uur. Perfect. Iets boven schema, maar dat komt door de plaspauzes. Maar de misselijkheid blijft en ik voel dat er iets fout aan het gaan is in de vochthuishouding. Het lijkt op uitdroging, ondanks dat ik me suf aan het drinken ben. Na 52 kilometer slaat langs de snelweg het noodlot toe. Er hangt al de hele wedstrijd een atmosfeer waar je plakken van kunt snijden. Meerdere malen heb ik kleine beetjes opborrelend kots op tijd kunnen pareren met slikken, maar nu gaat het mis. Ik stop even en geef een paar keer een klein beetje over. Ik loop weer even verder. Maar weer stop ik. Nu trekt de maag zich samen alsof er een bom ontploft. Ik weet niet wat er gebeurt, maar ik kots met enorme kracht de hele maaginhoud over het asfalt. Ik ben al lang blij dat ik niet tegelijkertijd in m’n broek heb gescheten; zo’n kracht zit er achter. M’n wereld stort even in. Ik denk aan Winschoten 2011 terug, toen het overgeven maar niet stopte. Gaat dat vandaag ook gebeuren?

Ik loop verder. Er zit kots op m’n benen, handen, rond m’n mond. Het is een vieze bende. Ik vloek. Toch pak ik meteen het tempo weer op. Het lucht altijd op om te kotsen als je misselijk bent. Maar ik weet nu ook dat het grote moeite gaat kosten om de vocht- en voedingsbalans op peil te krijgen. Ik baal, want ik weet dat een tijd onder de acht uur min of meer onmogelijk is geworden. Maar diegene die denkt dat ik de wedstrijd zal verlaten, heeft het mis; het komt gewoon niet in me op. Na 54 kilometer zie ik Calcaterra languit op straat liggen. Ik maak me zorgen om hem. Ik uit die zorgen over Giorgio ook bij de verzorgingspost waar ik onder toeziend oog van Chris, Monique, Lennart en Bart even de tijd neem om mezelf schoon te maken. Lennart adviseert rustig opbouwen met sportdrank. Als kenner verbiedt hij me de verloren tijd goed te gaan maken. Ik ben verstandig en weet dat zo’n versnelling mijn wedstrijd helemaal tot een verloren zaak zou maken.

Om me heen zijn inmiddels vele atleten al aan het strijden voor louter levensbehoud. Dat is wel erg vroeg tijdens zo’n race. Er lijkt een collectief probleem met de omstandigheden. Hebben we het allemaal onderschat? Zwalkende atleten, uitstappers, Giorgio gestrekt op de grond, hier en daar krijg ik mee dat er naar hartenlust wordt gekotst. Vooral de Italianen zakken helemaal door het ijs. De man met de hamer maakt de atleten gek en zwaait wild om zich heen. De een na de ander wordt getroffen door een doffe klop. Ik heb zelf maar een wens; uitlopen. Toch blijft er de zorg dat de kilometertijden naar dramatische niveaus zullen oplopen. Een tijd van boven de negen uur is vreselijk, hoewel ik ertoe bereid ben. Ik wil die medaille, desnoods kruipend. Handhaven. Desalniettemin schaam ik me en ben ik teleurgesteld dat ik het niet kan waarmaken in het bijzijn van mijn vrienden en voor al diegenen die het op afstand online aan het volgen zijn. Lennart praat op me in: ‘Jij bent hier wel aanwezig, jij gaat wel die strijd aan, en je gaat gewoon voor die medaille.’ Ik moet ook gewoon lak hebben aan het handjevol zielige figuren dat waarschijnlijk gillend van pret thuis ziet dat het fout aan het gaan is. Toch spelen dat soort figuren in m’n gedachten. Daarnaast denk ik aan al die lieve supporters die ik een plezier doe door gewoon door te zetten naar de finish. Ik zet door. In die opgefokte staat waarbij ik boos ben om de omstandigheden en de teleurstelling voel dat ‘plan a’ is mislukt, ben ik misschien wel het allerbest. Ik schrik soms in dit soort situaties van m’n eigen verbetenheid en onverzettelijkheid. Ik lach de man met de hamer uit, maar vraag niet om nieuwe klappen en blijf verstandig.

Maar 48 kilometer lopen na zo’n deceptie is een moeilijke opdracht. Het duurt eeuwig voordat ik weer fatsoenlijk kan eten en drinken. Pas na pakweg 70 kilometer voel ik me weer wat sterker worden. Ik ga als een stoomlocomotief blazend en snuivend over die verschrikkelijke klinkers. De benen zitten helemaal vast en ik heb moeite de torso een beetje recht te houden. Bijna elke rondje haal ik even de druk van de benen door te gaan zitten. Het begeleidingsteam praat op me in en zorgt voor alle benodigdheden. Ik schaam me om te zitten, maar het moet steeds even. Toch zet ik me iedere keer weer opnieuw redelijk in gang om de klus te klaren. De rondetijden blijven schommelen tussen de 26 en 29 minuten, en er volgt gelukkig geen dramatische ronde. De meeste tijd verlies ik door het rustmomentje op de stoel. Ik praat met de Amerikaanse coach. Dat volk blijft toch altijd enthousiast, ondanks alles. Ik schaam me tussen al die toppers, maar de man met het witte haar geeft me een oppepper met een high five: ‘You’re doing great!’ ‘It’s incredibly tough tonight, but I want that medal!’ Maar zouden we ons niet allemaal moeten schamen als we vergelijken met Jean-Paul Praet? Die gedachte verzacht de pijn.

Na 75 kilometer voel ik me kortstondig opleven. Ik loop een stukje op met Wouter Decock, die niet minder dan twee ronden voorsprong heeft gepakt. We verwensen de moeilijke omstandigheden, maar zijn denk ik allebei blij dat we nog op het parcours zijn. Hij zou uiteindelijk de beste Belg worden. Een paar kilometer later ben ik verstandig en laat ik hem gaan. Ondanks dat ik me weer goed voel, kan ik dat gevoel beter koesteren in plaats van uitbuiten. Het kan toch zomaar weer misgaan? Er is weer wat misselijkheid en zeg tegen Chris dat het moeilijk wordt om uit te lopen als ik nu weer zou moeten overgeven. Het gebeurt uiteindelijk gelukkig niet. De voeten voelen door een vroege wisseling van schoenen wat beter aan. Nu loop ik op die oude aftrapte schoenen. Ik zal ze nooit weggooien want in Winschoten beleefde ik in 2013 mijn beste race ooit op deze goedkope schoentjes.

Jeroen gaat nog steeds geweldig en lijkt op weg naar een tijd beneden de acht uur. Ik hoop voor hem dat een persoonlijk record mogelijk is. Het is stil op het parcours. De omstandigheden hebben haar tol geëist; hele ploegen hebben de pijp aan Maarten gegeven, waardoor ik automatisch opschuif in het klassement. Ik wil top 100. Het zou me ook lukken. Ik had van tevoren al aangegeven bij een journalist dat het volbrengen van zo’n wedstrijd al een aardige klassering kan opleveren doordat velen uitvallen. Toch is het aantal uitvallers bijna bizar. Dat zoiets in Winschoten gebeurt, met veel onervaren atleten aan de start, is begrijpelijk. Maar dit is een deelnemersveld met doorwinterde ultralopers die precies weten wat hun lichaam wel kan, en wat niet. Het is allemaal een indicatie dat hier in Doha een brute tuchtiging plaatsvindt. Man tegen man, en ieder voor zichzelf. Toch is er sprake van mededogen voor iedere atleet die het moeilijk heeft. We praten tegen elkaar en peppen elkaar op. Gedeelde smart is halve smart.

Na 80 kilometer wordt het spel wat dragelijker. Ik loop nog steeds te puffen en te blazen en concentreer me op de ademhaling om het gevoel in de benen weg te nemen. De Nederlandse delegatie moedigt me nog altijd hartstochtelijk toe. Ik heb de indruk dat zij, net als ik, weten dat ze onderdeel zijn van een memorabele race met een geweldige winnaar uit de VS. Het aantal verliezers is vandaag groter. Maar verliezen kun je ook groots doen. Later meer over een mooie verliezer. De laatste twee rondjes gaan in een roes. Ik denk aan het heerlijke gevoel van de bel in Winschoten. Ik blijf eten en drinken, want ik wil niet stilvallen. Het parcours is nu bijna leeg. De atleten die nog acteren zijn versuft of gedesillusioneerd. Ik ben me gelukkig nog steeds bewust van het unieke. Af en toe kijk ik omhoog naar de Torch: ‘Ja, ik ben in Doha. Ja, ik ben deel van een WK. Ja, ik stel teleur. Maar ik loop nog altijd. Verdomme, wat is die Torch toch mooi! Niet gaan janken! Maar wat is er mis met tranen van geluk?’ De schade blijft beperkt. Geen tijd van boven de negen uur. Ik heb me redelijk neergelegd bij het feit dat het vandaag gewoon te moeilijk was. Toch heb ik niet helemaal verzaakt; ik heb niet minder dan alles gegeven. De krachten waren er wel, maar ik heb ze uitgekotst.

Chris overhandigt me de vlag van Currimus en bij de finish is er zelfs een zegegebaar. We vieren het collectief. Ik zit helemaal stuk en ik weet even niet wat ik moet zeggen, altijd weer die brok in de keel. Maar ik trek gelukkig snel bij. ‘Neen, ik ga niet in een rolstoel zitten. Ik ben geen oude man.’ Jeroen heeft een goede tijd gelopen en we vieren het feit dat de Nederlandse delegatie wel voltallig is gefinisht. We waren er toch maar mooi bij in Doha!

Tot slot niet over de handhaving van tempo. Retrospectief. Wat een beetje moeilijk uit te leggen is aan diegenen die het geheel op afstand volgden, is dat er geen sprake was van een bewuste keuze voor het tempo tijdens het tweede deel van de race. Het was het maximale wat ik op dat moment kon zonder compleet in te storten. Het voelde geenszins als temporisering, zoals ik min of meer las uit sommige reacties. De benen waren zo verkrampt en zaten zo vast dat kilometertijden van minder dan vijf minuten gewoon niet mogelijk waren. Alleen tijdens die opleving na 75 kilometer verschenen er een paar keer kilometers van 4.50 minuten op mijn display. Echt, geloof me, ik had ook liever een vlakke race gelopen. Dat was in eerste instantie dus ook de tactiek. Maar ik kon gewoon niet harder voor mijn gevoel. Dan vind ik het een beetje makkelijk dat mensen zeggen dat ik gedisciplineerd heb gelopen; het wekt iets van een suggestie dat ik met de handrem heb gelopen. Handrem is misschien wel het gevoel. Niet rijden met de handrem er nog op, maar lopen alsof er een rem op de benen staat. Roest op de poten, dat gevoel. Ik zou willen dat ik dat gevoel kon transporteren op de benen van onwetenden. En dan kijken wat er gebeurt als ik zeg dat ze een tien kilometer in 55 minuten moeten lopen…En dat dan vijf keer.

Sei sempre il più grande

En dan nog eens Giorgio Calcaterra. Mijn sporthart raakte in Winschoten in 2011 al eens van slag toen hij me na 58 kilometer voorbij kwam razen. Echt alles aan die man staat mij aan; zijn beperkte vermogen in andere talen te spreken, zijn korte pasjes, zijn bescheidenheid en rust, zijn petje en vooral zijn sprekende doorleefde Italiaanse ogen. In Doha smolt mijn sporthart opnieuw bij het treffen van deze heerlijke sportman. Eerst op de luchthaven, daarna in het hotel. De eerste dag durfde ik het meteen aan even te vragen of ik met hem op de foto mocht: geen probleem uiteraard. Maar verder leek hij zich een beetje te onttrekken aan het leven rondom het evenement. Hij was wel bij de openingsceremonie, maar op geen enkel moment met de Italiaanse ploeg bij het buffet of elders aanwezig. Had hij zijn eigen zaakjes geregeld? Hij moest het namelijk wel doen namens de Italiaanse ploeg: voor de vierde keer wereldkampioen worden. Hoewel zijn 42 jaren beginnen te tellen.

In Doha stond ik dus ook als fan van mooie Giorgio aan de start. Vlak voor de start moesten alle atleten, die zich vóór de startlijn hadden verzameld, terug achter de registratiematten. ‘Jeroen, we zetten een stapje achteruit…’ Alle atleten gaven keurig gehoor aan de oproep om terug te lopen, en wij stonden daar heel slim te zijn en sloten als laatsten aan. We stonden nu ineens wél vooraan. En ik, het kon bijna niet anders, achter Giorgio. Nog een kleine gelukwens in zijn richting…en weg waren we. Het werd een grote deceptie voor de Italiaan. Hij was me een keer voorbij gelopen in de groep van favorieten, maar hij lapte me maar geen tweede keer tot mijn verbazing. Ineens lag hij languit langs de weg, het leek wel of hij even knock-out was gegaan. Hij had pas 58 kilometer in de benen maar was nu ook bezweken. Het zag er in ieder geval helemaal niet goed uit. Ik, die even daarvoor de maag ook had moeten legen, huilde van binnen om de Italiaan. Daar lag m’n held, mooie Giorgio, en daar ging de wereldtitel.

In de vooronderstelling dat hij de race had verlaten – eigenlijk net als alle Italianen, die de toeschouwers vooral demonstraties kotsen gaven – liep ik hem verrassend genoeg na ruim 93 kilometer voorbij. ‘Come on Giorgio…’, maar weer moest hij wandelen. Hij was kennelijk terug in de ring gestapt om de klus eigenhandig af te maken. Het doek was gevallen, maar de Italiaan bleef op de bühne. In mijn ogen ben je dan de allergrootste. De marteling duurde nu ongeveer acht en een half uur, maar hij voelde zich er kennelijk niet te groot voor. Wat een ongelofelijke gifbeker heeft hij leeg moeten te drinken! Een dag later mocht hij tijdens de closing ceremony de prijs van beste ultra-atleet van het jaar in ontvangst nemen. In mijn ogen, na de marteling van nacht daarvoor, is dat niet minder dan dik verdiend. Aankomend jaar zal mijn sporthart in Winschoten nog eens verliefd worden op deze man, in het geval hij de wereldtitel wil terugveroveren. Mijn sporthart heeft hij blijvend veroverd.

Winschoten 2015

Volgend jaar is het wereldkampioenschap in Winschoten. En dat is een zegen voor de sport. We wisten in Nederland natuurlijk ook al dat de organisatie van de Run elk jaar een geweldig evenement neerzet. Toch is het dan fijn om te horen dat coaches en atleten uit de hele wereld met veel genoegen terugkijken op het WK van 2011. ‘Winschoten is a great race… always!’, aldus de amicale coach van de Amerikanen. Volgend jaar zoek ik hem persoonlijk op om hem nog eens de hand te kunnen schudden. En dan zal er wel drank zijn na de race – in overvloed.

Reacties: daveboone88(at)gmail.com
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Vorige week de Trail des 2 Provinces. Daar heeft Paul van Hiel een mooi stuk over geschreven. Ik deed alleen een uur langer over die 50 km; verschil moet er zijn. Voor die 12 euro kreeg je weer goed waar voor je geld.

Afgelopen zondag de trail Uersauer. De camper op een industrieterrein in Heiderscheid geparkeerd. Dag ervoor stevig geregend, dat zou dus blubberen worden. Bij het ophalen van het startnummer (47 euro!) weer een aantal bekenden ontmoet. Leuk en gezellig.

Ik denk dat rond 9.00 ongeveer 250 deelnemers werden weggeschoten. Ik had de 53 km reeds 2 keer gelopen en verwachtte een stevige afdaling na de start. Echter, wij liepen deze editie de route andersom. Ook had de organisatie tussen de 28 en 45 km een paar stevige beklimmingen in de route geplaatst. Een paar flinke kuitenbijters, waarbij ik blij was dat ik mijn stokken bij mij had. Ik kon ze zelfs onderweg kwijt voor een leuk prijsje aan een paar jaloerse medelopers...

De finish was deze keer in de hal. Leuk gedaan. Deze keer wederom gelopen met Harold Bosman. In april wil hij de Marathon Des Sables lopen. Dit zijn de voorbereidingslopen. Er volgen er meer........Olne-Spa-Olne / Houfalize e.d.


Groet,
Hans Lems
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]