Ga naar de startpagina

Het laatste nieuwsGa naar de verslagenBekijk de komende evenementen in de kalenderGa naar de uitslagenGa naar het discussie forumTrainings tipsLinks naar andere pagina'sMeest gestelde vragen

Verslagen actueel
22 jun 2016
Doorgaan
21 jun 2016
Eifelmarathon
21 jun 2016
Reisje langs de Rijn - WiBolt 2016
16 jun 2016
Wat heb ik met de Afsluitdijk?
Verslagen in 2016
* Juni
* 22 jun 2016: Doorgaan
* 21 jun 2016: Eifelmarathon
* 21 jun 2016: Reisje langs de Rijn - WiBolt 2016
* 16 jun 2016: Wat heb ik met de Afsluitdijk?
* 16 jun 2016: Een weekendje stappen in Steenbergen
* Mei
* April
* Maart
* Februari
* Januari
Verslagen in 2015
Verslagen in 2014
Verslagen in 2013
Verslagen in 2012
Verslagen in 2011
Verslagen in 2010
Verslagen in 2009
Verslagen in 2008
Verslagen in 2007
Verslagen in 2006
Verslagen in 2005
Verslagen in 2004
Verslagen in 2003
Verslagen in 2002
Verslagen in 2001
Verslagen in 2000
Verslagen in 1999
AltaVista
Zoek:
Discussies
Het web


 
VERSLAGEN van Juni 2016
 
Mijn rugzak zit stampvol. Dat vindt ook de man die zou moeten controleren of ik al het verplichte materiaal bij me heb. Ik weet hem er gemakkelijk van te overtuigen dat dat het geval is, zonder dat ik ook maar iets hoef te laten zien. Er valt natuurlijk wat voor te zeggen om de materiaalcheck pas vlak voor de start te doen, en niet al bij het ophalen van het startnummer, zoals ik tot nu toe gewend ben, maar ik moet er niet aan denken om nu nog mijn rugzak open te moeten maken om mijn ehbo-setje eruit op te diepen – en waar heb ik mijn handschoenen ook alweer gestopt?

In de aanloop naar deze wedstrijd heb ik maar één pre-racedroom gehad. Meestal verdwaal ik in dergelijke dromen – vaak ergens in een groot gebouw waar de wedstrijd in die droom doorheen loopt – maar deze keer droom ik over materiaal dat ik, vlak voor de start, niet bij me blijk te hebben. Een pre-pre-racedroom dus eigenlijk. Het hele gedoe vóór de start, vind ik ook in werkelijkheid het meest stressvolle gedeelte van de hele wedstrijd. Als je eenmaal loopt, moet je het doen met de spullen die je uiteindelijk besloten hebt mee te nemen. Vaak te veel, soms te weinig. Verder is het dan alleen nog maar een kwestie van doorgaan, steeds maar doorgaan, de ene voet voor de andere, tot je bij de finish bent. Niet te veel nadenken. Niet te veel op je klokje kijken. Niet gaan piekeren over hoe ver je nog moet. Niet gaan twijfelen of je dat wel kunt en of je het nog wel leuk vindt. Gewoon lopen. Doorgaan, steeds maar doorgaan.

Het is prachtig weer, maar als ik er voor het gemak van uitga dat dat de hele dag zo zal blijven, word ik door het startpraatje uit de droom geholpen. Aan het begin van de middag slaat het om, dan krijgen we slecht weer. Wat er vervolgens in de tussenperiode gebeurt, is me niet helemaal duidelijk, maar in de avond zal het gaan regenen en dat zal het dan de hele nacht blijven doen, zo is de voorspelling. Het zij zo. Ook ik loop liever met mooi weer, maar als het regent, vind ik het nog steeds leuk. Meestal dan. Na de start loop ik in de buurt van Edwin en Matthew. Zij praten. Voor mij is het daarvoor nog te vroeg – het gezellige deel van mijn karakter slaapt nog. Geen koffie gehad ook, dat helpt niet. Mijn benen voelen niet onaardig, maar qua gemoed moet ik er nog een beetje inkomen. Gelukkig heb ik daar nog even de tijd voor, ik heb aardig wat uurtjes voor de boeg. Het eerste stuk is mooi en niet al te zwaar, het glooit wat. Bij de verzorging ligt heerlijke taart, goed voor m’n humeur. Ik moet vanaf het begin goed eten vandaag, heb ik me voorgenomen. Bij de laatste lange duurloop, de Deventer-Arnhem Trail met Hannah, ging dat weer eens mis, met als gevolg dat na een paar uur de fut eruit was bij me. Op een bepaald moment lukt eten niet meer goed, dan heb ik nog wel honger, maar totaal geen trek meer – het is zaak om, tot het zover is, zoveel mogelijk brandstof binnen te krijgen. Taart helpt.

Met z’n drieën gaan we verder. Inmiddels ben ik wakker, en praat ik bij met Matthew, die ik al lang niet gesproken heb. Er zit een venijnig klimmetje in dit deel en ik merk dat ik moet terugschakelen in tempo. Ik kan best gestaag doorlopen, maar ik kan het niet al te snel. Zijn dat die zwakke bovenbenen van me? De laatste afdaling voor post 2 is echter nog venijniger. Het gaat een grashelling af, die zo steil is dat ik me niet durf te laten gaan, en dat continue inhouden, de rem erop, is de pest voor je bovenbenen en knieën. Gelukkig hebben ze bij de verzorging weer taart, Käsetorte deze keer. Het leven is goed. En is het hier dat ze die heerlijke zoute stukjes stokbrood met kaas hebben? Of is dat pas bij post 3? Ik herinner me van dit gedeelte weinig – wellicht een teken dat de tocht nu echt begonnen is.

Ik loop met Matthew een steile en modderige helling op. We zijn bezig met de eerste lange klim, van zo’n 1000 hoogtemeters. Het begint te regenen, en Matthew stopt, net als vele anderen, om zijn regenjas aan te trekken. Ik gok het erop dat het mee zal vallen, en wacht nog even. Ik krijg het altijd meteen zo warm, met een regenjas aan. Het valt echter niet mee, en even later ga ook ik overstag. Na een afdaling van een paar honderd meter gaat het weer omhoog. De wind trekt aan, de regen verandert in hagel, en ik krijg spijt van mijn korte broek. Mijn benen worden ijskoud, is dit nog verstandig? Ik besluit van niet, en stop om een lange tight aan te trekken. Of nee, bij nader inzien trek ik mijn regenbroek aan. Daarbij kan ik mijn schoenen aanhouden, en bovendien houd ik de tight dan mooi droog voor later. Het slechte weer maakt het hoogalpiene gevoel alleen maar sterker, en ik geniet. Ik kan me niet voorstellen dat er iets mooiers bestaat dan dit door de bergen lopen. Zo simpel is het leven.

Vlak voor we boven zijn, staat er een waarschuwingsbord dat zegt dat er een ‘Gefährliche Strecke’ aankomt en dat we voorzichtig moeten zijn. Bij de eerste stap deze gevaarlijke passage in (het is nogal modderig, en dus glad), laat een man mij hem voorbij gaan, met de verklaring dat hij uit Hamburg komt, en dus geen mogelijkheid heeft dit te oefenen. Ha! Normaal gesproken zou ik iets dergelijks niet zeggen, maar nu kan ik het toch niet laten om te zeggen dat ik uit Nederland kom, en dus gelukkig legio mogelijkheden heb om dit soort werk te oefenen. De afdaling is lang, en vergt de nodige concentratie. Over een sneeuwveld heeft men een touw bevestigd. Een loper gaat op zijn kont naar beneden, en probeert mij ervan te overtuigen dat ook te doen. Ik houd liever de controle in eigen hand, en blijf op mijn voeten staan. Het eerste gedeelte doe ik net als anderen, met mijn gezicht naar de berg en met het touw in de hand naar beneden. Dat loopt belabberd. De tweede helft kijk ik eens goed naar de sneeuw, en bedenk dat ik liever zou doen wat ik anders doe: gewoon gezicht naar beneden, hakken in de sneeuw en stappen maar. Als de sneeuw hard zou zijn, zou ik waarschijnlijk blij zijn geweest met het touw, maar nu maakt het de zaken nodeloos ingewikkeld.

We komen uit op zo’n saai, breed pad – een jeeproad, zeg ik altijd; een ‘Schotterweg,’ volgens de legenda bij het routekaartje. Het weer is inmiddels weer omgeslagen, en ik heb last van die regenbroek. Bovendien moet ik plassen, dus ik zoek een plekje waar ik dat laatste kan doen en dan ook meteen die broek uit kan trekken. Dan blijkt dat ik hem achterstevoren had aangetrokken, vandaar dat hij zo vervelend zat. Blij dat ik weer blote benen heb. De zon schijnt. Bij post 4 nemen de lopers het ervan, zo te zien. Allerlei mensen zitten en liggen in het gras. Ik tref er tot mijn verbazing Christian aan, die besloten heeft te stoppen. Edwin, die hem al langer kent, vertelde me dat hij een goede hardloper is. Een hardloper echter die zich verkeken heeft op het hardloopgehalte van deze Zugspitz Ultratrail en zegt dat de beklimmingen hem zoveel kracht gekost hebben, dat hij daarna niet meer in staat was om nog hard te lopen. Niet geheel ten onrechte merkt hij op dat dit meer met bergwandelen te maken heeft dan met hardlopen. Het is juist de combinatie van die twee waar ik zoveel plezier in heb, denk ik. Kort na mij arriveert Matthew, en even later ook Hans Lems. Het doet me deugd die laatste te zien, want dat is zo’n plezierige mafkees waar ik altijd erg om moet lachen. Mocht ik nog enige wedstrijdspanning voelen, dan lost die op die manier vanzelf op. Van de weeromstuit neem ik hier wel wat langer pauze dan ik eigenlijk van plan was. Matthew weet te vertellen dat Kim Baner bij de Supertrail XL gevallen is, en noodgedwongen is uitgestapt. Zij loopt daarmee de kwalificatie voor het WK Ultratrail mis. Erg jammer voor haar, maar wel weer leuk dat Janna Geurts, die wij op de camping ontmoet hebben, dan waarschijnlijk van start zal mogen op het WK.

Ik vertrek weer samen met Matthew. Nog een keer klimmen we naar 2000 meter, daarna volgt een afdaling naar (onder de) 1000 meter, waar op post 5 (op 53 km) de dropbags liggen, en een relatief vlak deel begint dat doorloopt tot post 8 op 82 km. We hebben nog een mooi stukje alpien terrein voor de kiezen. Mijn verwachtingen over de fraaiheid van het parcours waren niet zo hooggespannen, maar tot nu toe valt het me reuze mee. De zwaarte valt me echter nogal tegen. Of die valt juist ook mee, afhankelijk van hoe je ernaar kijkt. De Zugspitz Ultra heeft niet de naam heel zwaar te zijn. 5400 hoogtemeters op een afstand van ruim 100 km is dan ook niet echt veel. Een groot deel van het parcours is vrij vlak. Wat ik me wel gerealiseerd heb, is dat dat laatste voor mij mogelijk niet echt gunstig is, omdat ik dan geacht word een hele tijd achter elkaar hard te lopen, waar ik nu eenmaal niet zo goed in ben, maar wat ik me níet heb gerealiseerd, is dat het ook betekent dat de hoogtemeters díe er zijn, daardoor feitelijk verdeeld zijn over slechts 70 km. Dat betekent dat er, inderdaad, toch een paar best pittige beklimmingen in zitten. Wat ik niet weet, is of de omstandigheden dit jaar speciaal zwaar zijn, maar ik weet wel dat de modder me na een poosje de neus uitkomt. Dat glibberen en glijden kost behoorlijk wat energie. Nou ja, net goed, vind ik dat voor mezelf. Moet ik maar niet zo blasé zijn om te denken dat ik na het tochtje bij de Mont Blanc en na de Verbier-Saint Bernard deze relatief eenvoudige bergloop wel eventjes als training weg kan tikken. Onderschat nooit een 100 km.

Ondanks alle ongemakken – het regent inmiddels weer, ik ben aan het hannesen met m’n kleding, met m’n stokken, met protesterende darmen, schuurplekken, een blaar (eentje slechts!) – loopt het vrij aardig tot post 7 (op 68 km). Daarna beleef ik tot post 9, op 89 km (en 1600 meter hoogte), wel even een momentje waarop ik het niet zo leuk meer vind allemaal. Oké, een iets langer momentje dan. Als ik bij post 8 wegloop (de eerste waarbij ik Matthew niet meer ontmoet), merk ik dat ik het koud heb. Ik heb nog steeds mijn ‘coole’ crafthemdje en de losse armstukken aan, onder mijn regenjas. Alles is doorweekt. Waarom heb ik in vredesnaam bij de post niet even een thermoshirt aangetrokken? Loop ik me nog warm? Het lijkt er niet op. Dan maar een verkleedsessie langs het pad. Met moeite krijg ik het thermoshirt over mijn natte lijf. Het is iets lekkerder dan zónder, maar echt behaaglijk wordt het niet. Shit. Ik realiseer me dat dat ook nog kan, dat je gewoon onderkoeld raakt en daarom een tocht niet uit zou kunnen lopen. Niet dat ik denk dat dat nu gebeuren zal, maar voor het eerst heb ik onderschat hoe koud je kunt worden, wanneer alles kleddernat is. Blij dat ik wél mijn regenbroek heb meegenomen, ondanks het extra gewicht.

De klim tussen de posten 8 en 9 is niet heel zwaar. Bij post 9 word ik direct voorzien van tomatensoep en warme thee. Gelukkig krijg ik gewoon een plastic bekertje in mijn handen gedrukt, en hoef ik geen moeite te doen mijn eigen beker uit m’n rugzak te vissen. Ik probeer zoveel mogelijk te eten. Hartige dingen, daar heb ik steeds trek in. Ik blijf maar rillen, en wil niet te lang wachten met het laatste rondje voor de afdaling. Een rondje van krap 7 kilometer, en 400 hoogtemeters (+ en -). Ik vraag welke kant ik op moet. De vrijwilliger wijst, en zegt dat ik door de tent heen moet. Door de tent? O juist, daar staat een tent. Wtf – staat daar gewoon een kachel te loeien en staan er ligstoelen om even bij te komen. Die soep en thee waren superlekker, en geen kwaad woord over de mensen die ze staan uit te delen, noch over welke andere vrijwilliger dan ook, maar heeft nou werkelijk niemand kunnen bedenken dat lopers die aankomen even gewezen zouden moeten worden op deze opwarmmogelijkheid? In de tent staat iemand zijn reddingsdeken om zijn bovenlichaam te wikkelen, onder zijn jas. Even vraag ik me af of ik dat ook zou moeten doen, maar het is genoeg te weten dat ik dat altijd nog kan doen, mocht het nodig zijn. De warmte in de tent is aangenaam, maar ik wil nog steeds door en blijf dus niet lang hangen.

Het eerste deel van het rondje is saai, maar makkelijk. Weer over zo’n breed pad. De ene skilift na de andere passeer ik. Gelukkig is het nacht, zodat ik niet al te veel last heb van de treurige aanblik die zo’n skigebied doorgaans biedt. Ik voel me eindelijk weer redelijk, en heb kennelijk voldoende energie om te oordelen over de route. Dit is echt een prutsrondje, ben ik in mezelf aan het mopperen. Zo schiet het ook niet op met de hoogtemeters, als ze ons over zo’n flauw pad sturen. Niks aan. Dan hoor ik links van me water druppen. Ik kijk opzij en blijk vlak naast een loodrechte rotswand te lopen. Ah, toch niet zo saai hier als ik dacht... Even later rechts ook zo’n rotswand. Best mooi hier eigenlijk. De afdaling is van een ander kaliber. Smal paadje, rotsachtig, maar ook nog steeds nat en modderig. Een loper gaat me voorbij met de woorden dat het hier gevaarlijk is. Dat beaam ik. Maar jij loopt nog wel steeds hard, knakker, denk ik erachteraan. Zelf durf ik dat niet, in dit stadium van de race. Veel te bang om te struikelen over een van die uitstekende rotspunten.

Natuurlijk duurt het rondje langer dan gehoopt, maar ik kom ‘vanzelf’ weer bij de verzorgingspost aan. Deze keer ga ik eerst de warme tent in, om de batterijen van mijn lamp te vervangen (uit onwennigheid heb ik niet de economische stand gebruikt, waardoor de batterijen veel eerder leeg zijn dan ik had verwacht), en om eindelijk mijn telefoon eens te pakken om te zien of ik een berichtje van Edwin heb. Inderdaad, dat heb ik. Uitgestapt op 80 km. Shit, maar om eerlijk te zijn, heb ik er deze keer wel begrip voor. Toch kom ik zelf niet in de verleiding, niet echt. Waar dat aan ligt, weet ik eigenlijk niet, maar stoppen komt gewoon niet in me op, al ben ik me heus wel bewust van die mogelijkheid, en al heb ik het deze keer best een tijdlang niet echt reuze naar mijn zin gehad. Edwin zal bij de finish op me wachten. Dat is fijn, erg fijn, want lopen in m’n eentje is één, maar finishen helemaal in m’n uppie lijkt me altijd een beetje een treurige toestand. Bovendien zie ik, mijn stoere praat vooraf ten spijt, een beetje op tegen de 3 kilometer die ik dan nog zou moeten lopen naar de camping.

Ik stop m’n telefoon weg, giet nog een tomatensoep naar binnen en begin aan de afdaling. Nog 6 km te gaan. De finish binnen handbereik, maar dat is van ondergeschikt belang. Ik loop in de bergen, de dag breekt aan en voorzichtig beginnen de vogels te zingen.


Jacolien Schreuder
binnenstebuiten.me
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
Zonder je familie ben je nergens, daar kwam ik achter tijdens mijn 2 laatste marathons. 5 weken geleden bij mijn "thuis marathon" Visé- Maastricht-Visé was er niemand van de familie die mij een schop onder mijn kont gaf toen ik er na 27 km de brui aan gaf, voordeel is dat ik de familie de schuld kon geven van mijn eigen falen. Hoe anders is het op zondag 12 juni in Waxweiler waar ik de Eifel-marathon zou gaan lopen, niet op één hand te tellen zo veel familie. Of ze nu kwamen voor mijn marathon of het weekje vakantie daarna, laat ik even in het midden...

Het is al 7 maanden geleden dat ik nog een marathon had gelopen, de reden? Ach van alles en nog wat, winterslaap, geen zin en nog meer van dat soort smoesjes. Met mijn zoon Theo die ook is besmet met het loopvirus zit ik te wachten op de start van de Eifel-marathon, hij gaat hier de halve marathon lopen. In oktober willen wij samen starten in de Via Belgica marathon, zijn debuut en onze eerste vader/zoon marathon.

Het is 9 uur en ik heb mij op gang getrokken voor 42 km over een heuvelachtig parcours, het is net gestopt met regenen ondanks de voorspelling van héél veel regen. De eerste km gaat het al meteen in stijgende lijn en mijn nog niet warm gedraaid motortje pruttelt flink tegen. Op het 3 km punt draaien wij om en gaan op dezelfde weg weer terug, een beetje rommelig, daar wij nu tegenliggers krijgen vooral als ik ook nog de bochten ga afsnijden en nog net een botsing met een 10km loper kan vermijden, die waren óók nog eens vlak na ons gestart, " als tegenligger ben je nooit alleen !?" is mijn stelling.

Goed de eerste 5 km (28.24) zitten erop en vanaf nu zou het geen meter vlak meer zijn, lange niet al te steile heuvels op asfalt liggen mij wel en schuif al snel een 30 tal plaatsen op 10km: ( 57.34) wij verlaten het asfalt en gaan verder over goeie maar soms ook over slecht beloopbare bospaden met grove stenen 15km ( 1.30.56) door een van die stenen ga ik bijna op mijn "bakkes". Oeps! even opletten Sjefke! In plaats van de voorspelde zware regenval is de zon zelfs gaan schijnen waardoor ik het nog behoorlijk warm krijg, "een warm gevoel" krijg ik ook als mijn zoon mij in volle snelheid én in een goeie positie tegemoet loopt ( zij lopen de halve op dezelfde route terug)

Zoals ik al zei geen meter vlak met soms ook korte steile klimmetjes, 20km (2.01.34) na een lus van 6 km om een stuwmeer lopen wij nu ook op dezelfde route terug dus wéér tegenliggers, de beentjes blijven goed draaien en ook op de klimmetjes val ik niet stil en schuif weer een paar plaatsjes op 30km ( 3.13.12). Ik heb het goede gevoel te pakken, niks gaat mij meer tegenhouden om deze marathon uit te lopen, geen schurend broekje in mijn lies geen steentje in mijn schoen niks meer !!

Onder de 5 uur was mijn doel en met de laatste 5 km voornamelijk naar beneden is 4 uur 30 nog zelfs haalbaar, ware het niet dat het laatste deel niet was wat ik dacht, een km's lange klim waar maar geen einde aan komt, dwingt mij tot klein stukjes wandelen, mijn benen doen nu toch wel een beetje pijn, 40km (4.32.47) nu dan toch de afdaling naar Waxweiler, met plotseling weer onverwachte goeie benen 'vol gas' naar beneden en ja hoor in de laatste bocht voor de finish staat de familie dan toch. Mijn dochter loopt nog de laatste 100m mee en ik finish in 4 uur 44 min, hé hé, eindelijk de 68e marathon zit er op!

Op de inschrijvingslijst stonden enkele goeie 65+ lopers uit o.a. Nederland en op één na ben ik ze een paar min voor kunnen blijven. Dus al zeg ik het zelf de mooie 2e plaats op het podium was voor mij een geweldige opsteker na het uitvallen 5 weken geleden in mijn "thuis" marathon (Visé-Maastricht-Visé). In de totaal uitslag werd ik 63e van de 100 deelnemers, dik en dik tevreden.

Samenvattend: een marathon voor 35 euro met 478 hm in een mooie omgeving met veel asfalt , de organisatie is gemoedelijk en vriendelijk ,de wedstrijd is wat "rommelig" doordat er verschillende afstanden ( ultra- marathon- halve marathon én de 10 km) elkaar op het parcours soms tegenkomen.

O ja, het podium van de mannen 65+ was volledig Nederlands, op de vraag van de speaker "sind sie alle Holländer?" zei ik " nein, nur die zwei, ich komme aus Maastricht!"


De allervriendelijkste groet:
Jef Van de Weerdt.
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
De Wibolt welke dit jaar voor de vierde keer werd gehouden, is een loop van Wiesbaden over de Rheinsteig naar Bonn. Volgens de website bedraagt de afstand 320km met bijna 12.000 hoogtemeters. Dit geeft al aan dat dit één van die lopen is waarbij je meer hebt aan een kalender dan aan een stopwatch. Om deze loop nonstop te volbrengen wordt de deelnemers 90 uur gegund. Na een verre van ideale voorbereiding, vanwege veel te weinig trainingsomvang in de periode voorafgaand aan deze loop (langdurig pijntje welke maar niet weg wilde blijven, ik had in de hele maand mei minder dan 100 km totaal gelopen) ben ik de dag van de start in alle vroegte in de auto gestapt en naar Bonn gereisd. Hier ruim op tijd aangekomen en de auto geparkeerd om met de bus van de organisatie naar de startplaats Wiesbaden vervoerd te worden. Ook hier keurig op tijd aangekomen zodat er zelfs nog tijd was voor een, alweer door de organisatie geregelde, maaltijd in een nabijgelegen restaurant. Aangezien de start pas om 18 uur zou zijn hadden we genoeg tijd om ongedurig en nerveus te worden voor wat ons te wachten stond. Na een summier praatje van de organisator werden we even na zessen op de Rheinsteig losgelaten.

Zoals gebruikelijk in het begin liepen we nog wat in groepjes en liepen we als groep al snel verkeerd vanwege een wegopbreking, dit gaf al de eerste bonuskilometers. Na een kilometer of dertig/veertig gelopen te hebben werd het donker en liep ik al een tijdje alleen. Dit beviel me prima. Eigen tempo, en hoefde geen energie te verspillen aan het communiceren in een taal welke ik maar beperkt machtig ben. Lekker in mijn uppie in mijn eigen kleine wereldje bij het licht van mijn koplamp door de bossen struinen bevalt me wel. De route aanduiding was geen al te groot probleem, soms moest ik mijn GPS er even bij halen maar dit probeerde ik tot een minimum te beperken om batterijen te besparen. Ik had al genoeg mee te slepen en wilde niet nog meer batterijen hoeven te sjouwen.

Die eerste nacht ook een kort bivak gehouden in één van de houten schuilhutjes. Niet meer dan een minuut of 10 maar genoeg om weer wat wakkerder te zijn en ook genoeg om behoorlijk afgekoeld te zijn. Het was niet lang meer tot de eerste zonsopkomst van deze loop en de derde VP van deze loop. Het is frappant dat ik van deze VP geen enkele herinnering meer had, tot ik nu pas, op de website naar de foto ervan keek en het weer begon te dagen. Volgens mijn Garmin was ik bij deze VP op 75km na 12 uur, wat overeenkomt met 6 uur ‘s ochtends. Met daglicht kon je pas goed zien hoe mooi de route was met diverse uitzichten over de Rijn en de kastelen en burchten onderweg. De volgende VP zou een grote zijn met slaapgelegenheid bij Loreley. Hier aangekomen was het midden op de dag en was er veel bedrijvigheid. Geprobeerd wat te slapen maar niet echt gelukt, wel schone kleren en verse schoenen en sokken aan en na flink wat te hebben gegeten en toch wel wat te hebben gerust weer verder gegaan.

De hele route was veel steniger en rotsachtiger dan ik verwacht. De absolute hoogtes van de heuvels waren niet erg indrukwekkend maar door het continue stijgen en dalen over de soms best wel uitdagende rotspaadjes, zelfs enkele met staaldraad erlangs om je vast te houden, was het toch wel een uitdagende route. Na 160km kwam ik in Braubach aan, dit was voor mij een belangrijke mijlpaal omdat dit de helft markeerde. Het regende inmiddels al vele uren, zelfs nog onweer gehad ook en ik was blij om even droog binnen te kunnen zitten. Hier ook nog even op de vloer wat geslapen, gegeten en gedronken en in de motregen weer verder gegaan de nacht in op weg naar de volgende VP. Om hier te komen moesten we door de Rupertsklamm. Op internet zijn hier veel foto’s van te vinden. Dit is een soort kloof waar je je weg moet vinden langs, door en over een snelstromend beekje via rotsblokken en de bekende staaldraden op de lastige passages. Dit vergt de nodige concentratie en zorgt ervoor dat je weer even uit je pseudo slaap ontwaakt. De onophoudelijke regen maakte het wat minder aantrekkelijk maar dit was voor mij wel een landschappelijk hoogtepunt.

Rond de middag, het was inmiddels zaterdag geworden, kwam ik in Linz, een leuk toeristisch plaatsje. Vanaf hier zou het 20km zijn naar de volgende VP en dan nog eens 25km naar de finish. Het eind was dus in zicht en optimist die ik ben rekende ik dat het nog maar 1 marathon was tot de finish en dat ik hier een uur of 12 voor had om nog op een zaterdag te finishen. Ik had tijdens deze loop al diverse doelstellingen gesteld en weer bijgesteld maar dit leek me wel haalbaar. Ik had geen enkele reden om voor de zondag binnen te willen zijn anders dan dat het iets was om me te blijven motiveren, om de finish voor sluitingstijd te halen had ik immers nog 24 uur de tijd. Toen ik dus na een km of 20 gelopen te hebben het bos uitkwam op een stukje verharde weg verwachte ik hier ergens de VP aan te treffen. Dit was echter niet het geval, de route verdween enkele honderden meters verder weer in het bos zodat ik steeds meer ervan overtuigd raakte dat ik de VP gemist had, weer teruggekeerd, rondgelopen op zoek naar tekens maar niets kunnen vinden. Dan dus toch maar verder. Al die tijd had ik het onbehaaglijke gevoel dat ik de VP gemist had en nu tot de finish door zou moeten lopen met een snel oprakende water voorraad. Gelukkig ergens een restaurant gevonden waar ik mijn flessen mocht vullen en maar weer verder. Uiteindelijk toch bij de VP gekomen alleen was deze niet 20km na Linz maar 31km.

Nog steeds de al eerder genoemde optimist zijnde, vroeg ik of de afstand naar de finish vanaf daar dan dezelfde 11km korter zou zijn, dit was helaas niet het geval. Daar ging mijn hoop op een zaterdag finish dus. Gelukkig hadden ze hier wel voor het eerst wat degelijk eten in de vorm van een pizza, hier heb ik me dus maar flink tegoed aan gedaan. Ik had nu geen enkele tijdsdruk meer, komt ook bij dat ik heel lang liep te verlangen naar een wat meer substantiële maaltijd dan wat ik de laatste dagen had gegeten. Nu was dan toch echt het laatste stukje van 25 km naar de finish aangebroken. Het lukte me zelfs nog een behoorlijke snelheid te ontwikkelen, ik vloog voorbij de bomen en de rotsen, het leek wel of ze stilstonden. Ook had ik al diverse keren een andere loper ingehaald welke nog niet één keer mij had ingehaald. Vreemd. Na vertrek van de laatste VP kwam ik achter de reden hiervan. Hij was iets voor mij, ik zat me nog tegoed te doen aan de pizza, vertrokken en ik zag hem op een gegeven moment op een verkeerd pad boven mij lopen. Ik riep hem toe dat hij verkeerd ging maar zijn antwoord was dat ik hem moest volgen aangezien hij een kortere weg wist. Aaah, dit verklaart een hoop. Bewuste afkortingen heb ik geen enkele sympathie voor en ik ben hem dan ook niet gevolgd. Wanneer je zo graag de kortste weg wilt volgen ga je maar meedoen aan oriënteringslopen waar navigatie en het zoeken van de optimale route een rol speelt. Niet wanneer je een gepijlde route volgt.

Even na 1 uur ‘s nachts kwam ik bij de finish, het laatste stuk in Bonn, langs de rivier leek wel eindeloos maar ook dat toch nog weg kunnen sloffen met een kleine slaappauze op een parkbankje. Van de frauderende loper was geen spoor te bekennen, ook bij de uitslagen stond zijn naam niet bij de finishers. Gerechtigheid. Wel lag bij de finish een andere deelnemer en finisher, op het marktplein (de finish was niets meer dan een partytent op het marktplein) in zijn slaapzak te pitten omdat hij iedere finisher zelf wilde ontmoeten. Ik kende hem nog van de Hexenstieg vorig jaar, we hadden toen een kamer gedeeld en een heel stuk samengelopen, ook nu hadden we in het begin een stuk samen gelopen. De organisator maakte hem wakker waarna we nog een heel tijdje hebben zitten kletsen. Dit vond ik een hele sympathieke actie van deze deelnemer en gaf me een goed gevoel. De Wibolt is een mooie loop, en de organisatie verdient alle lof voor de manier waarop alles georganiseerd is en voor de persoonlijke aandacht. Volgend jaar wordt deze voor de vijfde keer georganiseerd en is er naast de ‘’normale’’ uitvoering ook nog een extra lange versie. Ik ben blij dat ik deze loop redelijk intact heb volgehouden ondanks mijn gebrekkige voorbereiding. En voor de extra lange versie komend jaar sta ik inmiddels geregistreerd.


Peter de Krijger
 

 
[ top pagina ] - [ Kalender info ]
 

 
 
 
De Afsluitdijk is de rijweg vanuit mijn woonplaats Medemblik, om de 'dijk' zoals ik hem noem, via een comfortabele autosnelweg naar Friesland en verder te gaan. Het naastgelegen 'eindeloze' fietspad, hier lag mijn uitdaging om de dijk naar Friesland lopend te bedwingen, zowel heen als terug. Aldus geschiede en wel op twintig april j.l., in de wel erg vroege morgenuren. Om half één in de ochtend, midden in de nacht nog, ging ik van start. De volle maan scheen met een helder geel/wit licht toen ik daar liep over de polder de Wieringermeer. Vanuit Medemblik liep ik langs de dijk richting Den Oever naar de Afsluitdijk en was dus op weg naar Zurich in Friesland. Het was deze ochtend bar koud, met vorst aan de grond en een lichte bries waaiend vanuit het noordoosten.
Nadat ik twee uur en drie kwartier later bij de Afsluitdijk aankwam, liep ik daar intussen uit de koude wind beschermd, achter de dijk over het fietspad. Ook was het nog rustig op de snelweg. Ja, met af en toe een vrachtwagen of personenauto. Het licht van de koplampen van deze vrachtwagens en personenauto's was heel hinderlijk voor het zicht. Ik moest mijn ogen dan met hand bedekken, om niet naast het fietspad te stappen in het naast gelegen donkere daar natte gras. Door de wind van over de Waddenzee vroor het hier op de dijk niet.

Echter na een paar uur lopen op de dijk werd het lichter, en op de snelweg begon het ook echt druk te worden en hiermede ook het lawaai van al dit verkeer. Dit werd na verloop van tijd heel vervelend. Ik heb de oren toen maar dichtgestopt met watten, en dit was net voldoende, om al dat geluid niet meer zo storend aan te horen. De wind waaide uit de goede richting wat betreft de uitlaatgassen van het voorbij razende autoverkeer en de dijk beschermde zoals vermeld mij ook tegen de ergste koude wind, al had ik de wind min of meer wel tegen. Goed en wel, na negen uur lopen was ik in Zurich aangekomen. Dat was twee en vijftig kilometer vanuit Medemblik, en dat is lopend een heel eind van huis. Maar aangaande de voeten en de spieren: deze waren gelukkig nog in goede conditie. Ik moest nog wel weer terug naar Medemblik met het verstand op nul, en had daar verder ook geen moeite mee om de terugweg aan te vangen, graag zelfs, ik wilde weer naar huis.
Goed en wel, heen over de dijk aangaande de loopafstanden had ik er niet zoveel erg in hoelang, sommige stukken rijwielpad wel kunnen zijn! Maar toen ik teruglopende, komende vanuit Zurich en weer het kaarsrechte fietspad zag, min of meer zonder eind, dacht ik wel: "Wat een eindeloze weg en dat nog voor zo ongeveer tweeëndertig kilometer, te gaan"!

Tijdens het lopen valt er niet veel te beleven, hoewel ik zag nog zes zilverreigers, en erg veel gele bloeiende koolzaadplanten, veel water met een enkele vissersboot en veel, erg veel asfalt. Maar, waar ik met veel verwondering naar heb gekeken waren de betonnen bunkers, welke als je op de rijweg rijdt, aan het zicht zijn onttrokken, maar lopende kan je dit dus goed waarnemen. Ook indrukwekkend was dat er door de sluizen, waar wordt 'gespuid', het IJsselmeerwater wild kolkend richting de Waddenzee verdwijnt.
Ja, er zijn ook twee bruggen, aan beide zijden van de dijk. Heen had ik geluk maar terug bij Den Oever ging bij de slagboom aangekomen die net dicht, of de brugwachter het erom deed, ik was verplicht te wachten. Dit gaf mij wel gelegenheid de spieren nogmaals te rekken en strekken, want dat was inmiddels meer dan nodig, want de kilometers gingen wel in de spieren en vooral de voetzolen zitten. Goed en wel, ik was wel heen en terug over de Afsluitdijk gelopen. Uiteindelijk ook naar Medemblik, mijn einddoel en waar ik eindelijk kon rusten.

Negentien uur lopen over honderd en vier kilometer en dit alles wel op één dag is lang, oftewel 'barre' heel lang. Uitgeput en met heel pijnlijke voetzolen en spieren en een door de zon verbrand gezicht, thuis aangekomen, de benen op tafel met een goed glas bier alles afgesloten. De uitdaging Afsluitdijk volbracht. Met nog een dankwoord, aan mijn vrouw, onze kinderen en de buurtjes. Zij leefden ontzettend met mij mee, en hadden allen met mij te doen en feliciteerden mij met de goede afloop. En vroegen nadien nog wel of ik het volgend jaar weer wilde gaan doen? Goed bedoeld allemaal maar eens maar nooit weer, zover te lopen op één dag, is wel erg ver!

Op deze wijze heeft de dijk, als ik er nu met de auto over heen rij, een meer dan bijzondere betekenis gekregen. Wat ik heb volbracht, zonder hulp van derden qua bevoorrading onderweg, is denk ik een prestatie op zich, al schrijf ik dit zelf. De Afsluitdijk, met twee zijden water en één solide dijk daar tussen gelegen, is een monument waard, in de vorm van een standbeeld, en dat staat daar ook, ingenieur Lely, heel toepasselijk. Mijn eigen monumentje, als eenzame wandelaar, heb ik symbolisch op 20 april j.l. opgericht.

Peter Koomen, Medemblik (22-04-2016)
(peter.koomen250 <> gmail.com)

Noot van Martien Baars: dit verslag van een 70-jarige wandelaar valt eigenlijk buiten het kader van Ultraned maar illustreert wel mooi hoe iemand ook op latere leeftijd wat buitengewoons in de kop kan krijgen, en voldoening kan putten als een en ander volbracht wordt. Dat riep bij mij wel meteen de vraag op of er onder de ultralopers geen liefhebbers zijn om als eerste het M70 leeftijdsrecord of het V60 leeftijdsrecord neer te zetten. Bijvoorbeeld op 10 september in Winschoten. De genoemde records zijn vacant en zonder limiet. Bij de RUN Winschoten wordt wel een limiet gehanteerd: 12 uur.
Zie voor de recordlijsten bij de mannen en de vrouwen:
https://www.atletiek.nl/sites/default/files/userfiles/Wedstrijdatletiek/Recordboeken/NR%20weg%20mannen_1.pdf
en
https://www.atletiek.nl/sites/default/files/userfiles/Wedstrijdatletiek/Recordboeken/NR%20weg%20vrouwen_0.pdf
 
 
[ top pagina ]