þ Probeer alles wat je in de wedstrijd
wil doen, eerst uit in de training. Dit geldt in het bijzonder
voor dranken, voeding, schoenen, en kleding. Inlopen en uitproberen. Het omgekeerde is evenzeer regel: doe voor
en tijdens de wedstrijd niets, wat je niet eerst in de training
hebt uitgeprobeerd. Zo heeft die uitsmijter onderweg weg naar
een 100K-wedstrijd ervoor gezorgd dat ik halverwege wegens darmproblemen
moest opgeven.....
þ De LSD - zoek de natuur op. Het is niet
alleen prettiger toeven, je kunt er ook los komen van het asfalt.
Loop elders zoveel mogelijk over het gras. Hoe meer natuurlijke
ondergrond, des te minder belasting voor
spieren, pezen en gewrichten. En die hebben het al moeilijk
genoeg..
þ De LSD - ga bij voorkeur zwerven. Dat is gegarandeerd afwisselender
dan steeds maar weer diezelfde ronde. Je hebt zo vanzelf goede
aandacht voor de omgeving. Je komt op onverwachte plekken. Soms
verdwaal je. Geeft niet: dat onverwachte extra half uur levert
een uitstekende mentale training op..
þ De LSD - loop hem zo vaak als verantwoord
is in de vorm van een trainingsmarathon. Start achterin. Start
langzamer, en ga daarna nog langzamer lopen - de trainingsmarathon
is vooral een tempotest-in-wedstrijdomgeving.
Specifiek trainen dus. En makkelijk: de verzorging is
goed, je kunt zelfs nieuwe produkten uitproberen. Het is leuk
en stimulerend om een echte marathon te lopen. En leerzaam: al
gauw zul je in de ‘achterhoede’ aan de praat raken. Goed kans
dat je ervaren ultralopers treft. Begin met vragen. En ga dan
luisteren, goed luisteren. Je loopt tussen een schat aan
ervaring..
þ Over lopende schatten gesproken: om de
twee maanden organiseert de KNAU-werkgroep ultralopen een trainingszaterdag.
Met een duurloop van drie uren. Heel gezellig. En leerzaam:
tijdens de gratis lunch is er een lezing over aspecten van het
ultralopen.
þ Drink, drink, drink.
Elke
LSD en wedstrijd opnieuw. Drink tevoren zoveel als nodig om
vlak voor de start te
kunnen genieten van een flinke en vrijwel kleurloze plas. Drink
tijdens het lopen ook vaak en veel. Neem tijdens de LSD water
mee. In een bidon in een heupband. Of in een waterrugzak (CamelBak).
Loop langs kranen. Ga desnoods naar een restaurant of woonhuis
om water te tappen. Vaak een goede aanleiding voor een leuk
gesprek. Loop je rondjes - bijvoorbeeld tijdens een urenloop
- zet dan een weegschaal langs het parcours. Je kunt dan af
en toe meten of je
wel genoeg drinkt..
þ Voor afgaand aan het lopen minstens drie
uren niks eten. Start desnoods (ochtend) met een nuchtere maag.
Na twee uren lopen: kun je eten naar behoefte. Koolhydraatdrank
of cola. Neem ook koolhydraatrijke voeding mee. In een heuptas.
Of in de kontzakken van een...wielrenshirt. Ik eet onderweg
graag een powerbar, mueslirepen, banaan, gedroogde abrikozen,
een eierkoek of een krentenbol.
þ Neem altijd wat geld mee. Voor een pannekoek. En: loopt het mis, dan kun
je de bus of taxi betalen...
þ Accessoires. Denk niet alleen aan drinken
en eten en geld. Zorg dat er ook plek is voor: een zonnebril,
een pet, een regenjack, zonnbrandcreme, en blarenprikkers en
-pleisters, en een kleine radio. Die rug- of heuptas zal eerst
last geven. Na de
nodige trainingskilometers weet je niet beter.
þ Blaren? Altijd onmiddellijk wat aan doen.
En liever nog voorkomen. Eerst je nieuwe loopschoenen geleidelijk
inlopen. Maar ook: je voeten regelmatig verzorgen. Eelt steeds
een beetje wegvijlen. En de nagels goed knippen. Dat ene puntige
hoekje levert tijdens een LSD of wedstrijd op den duur zeker
een geheel blauwe nagel op. Nergens voor nodig.
þ Zonnebrand ? Gebruiken, van je oren tot
aan je enkels. Loop je in de zon draag dan niet alleen een pet
maar ook lichte synthetische
kleding met lange mouwen en een hoge hals.
þ De ultraloper heeft naast gezond voedsel
ook voedingssupplementen nodig. Vitamines, mineralen en....aminozuren.
Tijdens het echt lange werk gebruik ik bijvoorbeeld L-Carnitine
en Taurine.